Marisa de Picker
De 18-jarige Marisa de Picker uit Hove heeft Write Now! Antwerpen gewonnen. Volgens de jury had de tekst waarmee zij de voorronde heeft gewonnen een ingenieus plot. De auteur heeft een ongelofelijk voorstellingsvermogen en een grondige vertelkunst. Marisa stelt zichzelf voor:
Marisa De Picker werd geboren in Antwerpen in 1991. Ze studeert momenteel af aan de middelbare school te Hove (Antwerpen). Al van kindsbeen af ontwikkelde ze een passie voor schrijven. De voorbije jaren heeft ze zich vooral toegelegd op drama’s. Ze slaagt erin om deze op een pakkende wijze te verwoorden zonder dat het melodramatisch wordt. Haar verhalen zijn meestal gebaseerd op geschiedkundige of actuele feiten.
Niemandsland
Zwak licht siddert in de duisternis. Termieten baden in de goudgele kaarsengloed in de vermolmde trap achter mij. In opgejaagde hordes hollen ze kriskras door de diepe spleten die ze reeds uitgevreten hebben. Ook zij hebben net zoals ik steeds meer moeite om licht te verdragen. Onbewust knijp ik mijn ogen halfdicht en tuur ik voor me uit.
Langzaam druppelen enkele milliliters ammoniumnitraat in een erlenmeyer. Ik luister gebiologeerd naar de cadans van hun ronde klanken. Met mijn vingers strooi ik er een snufje loodsuiker bij. De witte kristallen lossen meteen op in het doorschijnende mengsel. Daarna giet ik er een zwart viskeus goedje overheen.
Piepend geritsel trippelt langs mijn voeten. Een gevoel van angst bekruipt me. Schichtig kijk ik naar omlaag. Het gedrocht laat me uitdagend zijn gele verrotte tanden zien. Slijmerige ettertranen druipen uit zijn ogen die me smalend aankijken. Huiveringwekkende taferelen jagen verboden herinneringen na. Ik walg bij het beeld dat voor eeuwig op mijn netvlies gebrand staat.
Met een arrogante grijns inhaleerde hij krampachtig zijn nicotinebom. De vuile walm prikte in mijn ogen. Hij rochelde enkele teerzwarte slijmen uit zijn longen en klopte op zijn borst: Zijn lippen gingen van elkaar, maar hij klapte zijn mond meteen weer dicht. Tergend traag doorzocht hij de logge ringmap op zijn bureau, maar mijn dossier bleek onvindbaar. Zo te zien had de personeelsdienst nog nooit van een digitale database gehoord.
Hij leunde zuchtend achterover en wierp me een schaapachtig glimlachje toe.
Daarna maakte hij een nonchalant gebaar in mijn richting. ‘Mijn naam is Simons’, friste ik zijn geheugen op. Hij knikte instemmend, al betwijfelde ik dat er bij hem effectief een licht opging. Na het formele handjes schudden kreunde zijn bureaustoel een halve slag om.
Hij vermorzelde een minuscuul gebied op de wereldkaart achter hem. Karmenistan. Zijn dikke wijsvinger was zelfs breder dan de landtong zelf. Ik kon m’n geluk niet op.
Mijn volgende missie zou plaatsvinden in een godvergeten land dat je enkel met een vergrootglas kon zien. Blijkbaar was ik niet de eerste die naar het einde van de wereld gestuurd werd. Vorig jaar infiltreerde een collega van de geheime dienst, Robin Jacobs, in de presidentiële wacht van dictator Al Kahdr. Naar eigen zeggen had hij enkele revolutionaire ontdekkingen te melden. Bij mijn aankomst in Karmenistan zou hij onmiddellijk contact met me opnemen.
Hoewel ik de reden van mijn onverwacht vertrek al kende, kon ik er niet aan weerstaan om mijn personeelschef op stang te jagen. Hij verslikte zich in zijn nicotinetrek en zijn asgrijze lippen hapten naar lucht. Een zakdoek depte het angstzweet van zijn voorhoofd.
Met de smoes ‘beslissing van hogere hand’ probeerde hij zijn vel te redden. Ik interpreteerde deze woorden als volgt:
‘Aangezien u de financiële fraude van de bestuurscommissie ontdekt heeft, sturen we u naar het buitenland. Zo kunnen we de zaak ongezien in de doofpot laten verdwijnen.’
De godverdomse smeerlappen!
Bij het buitengaan sloeg hij zijn ogen neer. Een judasklopje brandde op mijn schouder.
Om commotie te vermijden zouden we elkaar treffen op het Amaliplein, nabij de presidentiële tuinen. Beleefd groette Robin mij met een stevige handdruk. Onder de mouw van zijn vest bemerkte ik een badge van de dictatoriale wacht om zijn pols. Een schijnheilig gebaar leek me.
Geheime veiligheidsdecreten en regeringsplannen overstelpten me.
Robin was zo nerveus dat er belletjes kwijl rond zijn mondhoeken verschenen terwijl hij ratelde. Intussen pulkten zijn vingers zenuwachtig aan een loshangend nagelvelletje. Vanuit zijn ooghoeken bestudeerde hij de omgeving, klaar om als een gazelle weg te rennen als er gevaar dreigde. Voor zijn ogen flitste de ene achterdochtige gedachtesprong na de andere. Je kon zien dat hij langzaam bezweek onder de risico’s van zijn job.
Wantrouwen was ons sleutelwoord. Ons leven, dat volgens de burgerlijke stand niet meer bestond, was nooit veilig.
Na een woelig en gejaagd gesprek namen we afscheid op zijn Karmenistaans:
Без перевода.
Als een startschot echoden zijn woorden in de wind.
Plots priemden twintig kakigroene handschoenen hun machinegeweren op mijn borst. Onder de dikke stof jeukten tientallen vingers om de trekker over te halen, maar hun officier hield hen tegen. Met de loop van een geweer sloeg Robin me hard op mijn onderrug zodat ik op mijn knieën belandde. Simpele gecamoufleerde zielen joelden van euforie. Robin tilde mijn kin omhoog en keek me recht in de ogen. Misprijzend spuwde ik in zijn gezicht. Met zijn mouw veegde hij het spuug van zijn vuurrode wangen.
Hij hield zijn lippen stijf op elkaar geperst, maar zijn blik verschroeide me.
Een soldaat wrong mijn schouder bijna uit de kom en trok mijn boeien strak aan. Het touw striemde in het vlees van mijn polsen. Tot zijn teleurstelling gaf ik geen krimp. Met een stalen blik keek ik wezenloos voor me uit. Een ruwe klap, gevolgd door sterren in de duisternis.
Behoedzaam giet ik mijn brouwsel over in een smal balkje. Tegen één van de zijdes kneed ik een wit bolletje C-4. Even denk ik nostalgisch terug aan mijn kleutertijd, toen ik vol jolijt worstjes plasticine rolde. Daarna druk ik er een metalen plaatje tegenaan.
Ik vloek binnensmonds en wapper driftig met mijn handen heen en weer.
De flinterdunne tinfolie die ik wil aanbrengen blijft hardnekkig aan mijn vingertoppen kleven. Als mijn nagels het laagje eindelijk losgepeuterd hebben, prik ik er een koperdraad doorheen.
Voorzichtig schuif ik de hele constructie in een ijzeren buis. Felgekleurde draden liggen er als sierlintjes omheen gewikkeld. Tevreden bewonder ik het resultaat.
Het is al pikdonker wanneer ik de kaars uitblaas. Een sliertje rook kriebelt mijn neus.
Op een slonzige matras hoop ik op een slaap zonder nachtmerries.
Het eindeloze donker sloot me in. Ik graaide schichtig in het ijle, maar vond geen herkenningspunt. Plastiek ritselde wanneer ik uitademde. De hete lucht kaatste meteen terug in mijn mond. Mijn gedachten verdampten langzaam.
Plots schoot een elektrische pijnscheut doorheen mijn lichaam. Ik verbeet een schreeuw in mijn onderlip. Bloedrode weeïge druppels dropen langs mijn kin.
Voor ik het goed en wel besefte werd de plastieken zak losgerukt.
Met een dichtgeknepen neus, belandde mijn hoofd in een waterbak. Een flinke scheut water gulpte in mijn keel. Een ijzeren hand trok me hardhandig aan mijn haren omhoog. Gretig zoog ik lucht in mijn longen, maar hij drukte me meteen weer in de teil.
Het water bedwelmde me. Gedwee liet ik me telkens weer overspoelen, tot mijn herinneringen waren verzopen.
Toen ik enkele uren later ontwaakte, bengelde naast mij een uitgemergeld mannenlijf omringd door afgekloven rattenbeentjes. Verwilderde haargroei en korstige bloedvlekken vormden een masker over zijn gezicht. Rond zijn mond kleefde een ringbaardje van opgedroogd speeksel. Met een scheel oog gluurde hij naar me. Zijn longen piepten en reutelden bij het ademhalen.
Na enige tijd stootte hij enkele ruwe klanken uit. Zonder succes viste ik naar hun betekenis. Hij herhaalde zijn zin, op fluistertoon deze keer. Een rilling vibreerde over mijn ruggengraat. Arman heette hij. Net zoals ik was hij hier als politieke gevangene verzeild geraakt. Na vele jaren van zwijgende eenzaamheid, waren zijn stembanden het spreken verleerd.
Zijn kettingen slingerden wild terwijl hij zijn verhaal van vernedering onthulde, een relaas waarin ik me meteen herkende.
Wanneer hij uitverteld was, fluisterde hij plots het onmogelijke.
Hij had zijn ketens al lang geleden losgeprutst, maar uit schrik voor de strenge bewaking had hij nooit een voet uit de isoleercel durven zetten. Ontsnapte gevangen fungeerden als menselijke schietschijf op één van de vele militaire oefenterreinen in Karmenistan.
Als voormalig lid van de militaire garde wist hij dat hij dan een marteldood zou sterven.
Ik schatte onze kansen niet veel hoger in, maar Arman wilde het lot toch tarten.
Vol ontzag luisterde ik naar het waterdichte ontsnappingsplan van de militair. Arman stelde voor om een pact te sluiten en ik stemde er maar al te graag mee in.
Een oorverdovende knal doorboort mijn trommelvlies. Vlammen zover mijn blik reikt.
Gewillig laat ik me verglijden. Rust.
BOMAANSLAG OP KANTOORGEBOUW
BRUSSEL- De Berlaimontlaan werd vanmorgen opgeschrikt door een zware explosie. De ontploffing vond plaats in een anoniem kantoorgebouw nabij de Nationale Bank van België.
De chef van het schoonmaakpersoneel hoorde een zware knal en kon tijdig ontkomen. De tien topleden die op de eerste verdieping vergaderden, overleefden de klap niet.
De explosie vond plaats na de kantooruren. Enkel het hoofd van de schoonmaakploeg en tien zakenlui waren nog aanwezig in het gebouw.
Terwijl hij beneden aan het schoonmaken was, werd de chef plots opgeschrikt door een knal.
Hij holde onmiddellijk naar buiten en zag enkele seconden later de muren voor zijn neus instorten. De zakenlui waren op slag dood.
Volgens de federale politie veroorzaakte een pijpbom de ontploffing.
Men vermoedt dat het hier om een zelfmoordaanslag gaat, maar hierover bestaat nog geen zekerheid. Onder het puin heeft men het verkoolde lijk van de vermoedelijke dader teruggevonden. Naar het motief kan men tot nu toe enkel gissen.
De politie heeft een onderzoek ingesteld.
Het is mogelijk dat er een verband bestaat met de moord op de president van Karmenistan. Al Kahdr stierf vandaag ten gevolge van een vergiftiging. In zijn land is een week van nationale rouw afgekondigd. In de vergaderzaal aan de Berlaimontlaan was een Karmenistaanse legerleider aanwezig. Men onderzoekt de mogelijke samenhang tussen beide incidenten.
