Tessa van Breeden
De 15-jarige Tessa van Breeden uit Leeuwarden heeft Write Now! Leeuwarden gewonnen. Volgens de Jury had de winnende tekst iets mysterieus. De schrijver beheerst de zogenaamde techniek van de stream of consciousness – het letterlijk volgen van iemands gedachtegang – goed. Tessa stelt zichzelf voor:
Ik ben een vijftienjarig meisje uit Leeuwarden. Met een schoolcarrière in de derde klas op het Stedelijk Gymnasium, heel veel lieve vrienden en een hoop lol zit ik hier voorlopig nog wel goed. Ik kan niet zonder m’n iPod, laptop en boeken. Ik hou van dansen. Ik ken de monoloog van Hamlet uit mijn hoofd en er zit een sticker van Zorro op mijn rekenmachine.
Jij
Ik dwaal door de gangen van het doolhof. Ik wil verder, maar ik kom niet vooruit. Loop rondjes, gang in, gang uit. Er komt geen einde aan. Dan zie ik je. Je loopt voor me. Ik roep, maar je hoort me niet – Wil je me wel horen? – en je loopt verder. Gaat de bocht om. Ik begin harder te lopen, ga ook de bocht om. Ik zie je verdwijnen naar rechts. Je loopt te snel, ik kan je niet volgen. Ben je kwijt.
Ik ben weer alleen. Alleen in het doolhof. Het is niet langer mijn doolhof, nu ik weet dat jij hier ook rondloopt. Nu is het een doolhof van mij en van jou. Van ons. Waarom voel ik me dan toch alleen? De gangen, eindeloze gangen zonder einde. De tijd ben ik onderweg verloren, hoe lang loop ik hier nu al? Een uur, een dag, een week? Soms begin ik te rennen. Ik wil hier niet zijn, ik wil weg.
Ik weet niet wat ik hier doe. Af en toe komt er iets bovendrijven. Een woord, een zin, soms een heel verhaal. Ik kan het niet vastpakken en langzaam verdwijnt het weer, totdat alleen de hoge muren van het doolhof over zijn. Ik heb geen idee waar ik naartoe ga. Of er wel een uitgang is. Ik durf niet te zitten, even uit te rusten. Uitgeput loop ik door, de dorst zorgt ervoor dat ik niet kan praten. Ik word verscheurd door mijn maag. Door de honger, niet naar eten, maar naar jou.
Je zei dat je van me hield, dat ik anders was dan alle anderen. Zoek jij mij? Kun je me niet vinden, of ren je weg? Ik weet het niet meer. Ik hoop dat je me zoekt. Ik hoop dat je me zult vinden. Maar ik weet het niet, ik weet niets meer. Ik raak in paniek. Begin te huilen, ik wil niet meer. Jij kan dit ook niet leuk vinden. Steeds hysterischer klinkt mijn gehuil. Stoppen lukt niet. Ik val op de grond, schud en tril, tot de muren van het doolhof pijn hebben.
Ik begin aan mezelf te twijfelen. Heb ik je eigenlijk wel gezien? Of was je een illusie? Stop. Dit mag ik niet denken. Het enige dat ik heb, ben ik. Ik zal mezelf nooit kwijtraken, zelfs niet tussen de muren van een doolhof. Ik zou willen dat de muren konden praten. Me de weg konden leiden. Misschien ben jij het eindpunt. Blijf dan staan! Ik heb het gevoel dat ik je steeds misloop. En jij mij.
Dan zie ik je. Daar sta je, glimlachend. Je staat stil en kijkt me aan. Ik loop naar je toe, wil je vastpakken, maar ineens ben je verdwenen. Komt er dan nooit een einde aan? Van frustratie begin ik te gillen. Alles wordt zwart.
‘Rustig maar,’ hoor ik een stem zeggen. Jouw stem. Ben je dan toch niet weg? Ik open mijn ogen. Zachtjes veeg je de tranen van mijn wangen en kus je het spoor van mijn tranen weg.
‘Ik ben hier,’ zeg je. ‘Rustig maar, het is maar een droom.’ Ik lig in een bed. Je hebt gelijk. Je bent niet weg. Ik kruip dicht tegen je aan en hou je stevig vast. Je slaat je armen om me heen. Ik wil je niet meer loslaten.
