Varenca Shiro Vis
De 18-jarige Varenca Shiro Vis uit Zoetermeer heeft de voorronde van Write Now! Den Haag gewonnen. De jury werd gegrepen door de eenvoud van het originele verhaal, de krachtige vorm en de manier waarop het prettig verontrustend is. Varenca stelt zichzelf voor:
Ik kom uit Israël, in het verleden was ik bekend en berucht om mijn geblondeerde kapsel. Ik ben iemand die zich afzondert van de grote groep, weinig diep inhoudelijks zegt, en vooral veel protesteert tegen de dingen in deze maatschappij die ik allemaal belachelijk vind. Stiekem is dit ook de biografie van Wilders, met als verschil dan dat ik beter schrijf. Daar komt bij dat ik geen complete idioot ben, en geen achterlijk spotjes maak voor mijn politieke partij waarin ik aan het roeien ben met een roeibootje en zeg; “we moeten roeien met de riemen die we hebben.” Nee zeg, kom op. Ik heb smaak. Motorboot Geert, motorboot!
Verblindende zon
We vielen in slaap op de rivierbank. Het rijzende water wekte ons, misschien ruwer dan het oorspronkelijk bedoelde. Tussen onze haren in sliepen zandkorrels gemakkelijk en de zon verwarmde onze gezichten. We bleven liggen tot het water tot ons middel kwam, daarna verlieten we onze horizon.
Onze zondagmiddag. Op blote voeten, zoals dat de jeugd van toen betaamde. Door het bos liepen we naar huis zoals we dat wel vaker deden. Haar huis, mijn huis. Handen vasthouden is mijn lievelingsgevoel. Was?
Onze zondagmiddag en we sliepen op de rivierbank.
Wat heb ik gedaan?
We wachtten met touwen rondom onze nekken op het zakken van de zon. We wachtten, we wachtten. Toen ik mijn ogen afwendde van de verblindende zon, schrok ik wakker.
Ze sprong.
Wat heb ik gedaan?
We vielen in slaap op de rivierbank, terwijl het water onze tenen, benen, lichamen kietelde. Een gebrek aan zuurstof wekte ons ruwer dan we dachten, en rechtop zaten we met touwen om onze nekken. Ik zweer het je, ik heb niets fout gedaan.
We wachten, we wachten op het zakken van de zon. Het kan niet lang meer duren. Misschien zal ik vechten, misschien zal ik wegrennen.
Misschien heb ik geluk en zal het donker nooit vallen.
We hielden elkaars handen vast en sprongen. Onze nekken net zo gebroken als de takken waaraan we vastzaten.
Wie ben jij en wat doe je hier? Wakker werd ik naast een vreemde. Wat heb ik gedaan, waar ben je gebleven?
Ik vroeg de zon nog, waarom hij niet viel. Zon, zon, waarom val je niet?
Hij zweeg.
Ik probeer het achter me te laten, maar ik kan het niet. Ik kan het niet.
Wat heb ik gedaan?
