Diederik Smit

Weinig animo voor kogelvrije zwembroek
Bert van Horenzeggen luidt de noodklok

Het wil niet vlotten met de kogelvrije zwembroek, de nieuwste uitvinding van textielmagnaat Bert van Horenzeggen. De 30-jarige Bruggeling had afgelopen voorjaar nog hoge verwachtingen van zijn nieuwe product, maar de verkoopcijfers vallen tegen. Wereldwijd zijn tot nog toe slechts 4 exemplaren verkocht, 2496 minder dan verwacht.

Hij dacht goud in handen te hebben. In maart 2007 kwam Bert van Horenzeggen op het idee een kogelvrije zwembroek te ontwikkelen. De zwembroek zou de overlevingskans bij een moordaanslag aan het strand aanzienlijk verhogen. Bert hoefde het plan maar uit te werken en zijn eerste dagen als miljardair konden niet ver meer zijn. Het liep anders. In de maanden nadat het product op de markt kwam, bleef het ijzingwekkend stil. De consument bleek geen oog te hebben voor deze revolutie in de badmode.
Voor Bert zelf is het ook maanden later nog een groot raadsel: “Je zoekt toch naar een verklaring. In het begin dachten we nog dat de regenachtige zomer ons parten speelde. Maar als het vervolgens twee weken onafgebroken mooi weer is en de schappen blijven vol, dan moet je toch op zoek naar andere verklaringen.”
Volgens Hannelore Clingendael van de Particuliere Zwemkleding Autoriteit biedt de zwembroek te weinig bescherming, omdat het slechts een klein deel van het lichaam bedekt. “Als iemand bijvoorbeeld met een volautomatische 7,62 mm kalashnikov precies op het bovenlijf zou mikken, dan kan zo’n zwembroek vrij weinig betekenen op het gebied van kogelafwering. De consument is zich daar van bewust en dus loopt men niet warm voor deze beperkte vorm van bescherming.”
Van Horenzeggen vindt die uitleg te gemakkelijk. “Als je ziet hoe men nu gekleed gaat bij het zwemmen, hoe argeloos de meeste badgasten erbij lopen, dan is het eigenlijk nog een wonder dat het zo vaak goed gaat. De huidige generatie badmode biedt geen enkele bescherming tegen vijandelijk vuur. Natuurlijk geeft de kogelvrije zwembroek geen 100% zekerheid, maar het is een goed begin. Zolang er nog geen kogelwerende zonnebrandcrème bestaat, is dit de veiligste zwemkleding die er is. De consument lijkt gewoon nog niet door te hebben welke risico’s er kleven aan kogeldoorlatende zwembroeken.”
Volgens gedragswetenschapper Ferdi Hoogbier van de Universiteit van Tilburg is er nog een andere verklaring. “Liquidaties in zwembaden halen zelden het nieuws en ook schietincidenten aan zee zijn voor de media niet interessant. Hierdoor dringt het risico niet door tot het collectieve bewustzijn. Onderzoek toont aan dat men zich in zwembaden nog altijd veiliger voelt dan in bijvoorbeeld centrifuges of kruipruimtes. Bij het aanschaffen van zwemkleding speelt veiligheid dan ook bijna geen rol.”

Bert van Horenzeggen overweegt een awareness-campagne om de consument bewust te maken van de gevaren van onveilig zwemmen. “Er zijn zo veel situaties mogelijk waarin een kogelvrije zwembroek mensenlevens kan redden. Denk alleen al aan het wedstrijdzwemmen: als de starter bij het startschot verkeerd mikt en het been van een zwemmer raakt, dan kan mijn uitvinding een drama voorkomen. Waarom moet het altijd eerst een keer fout gaan, voor we onszelf beter gaan beschermen? Ook de overheid heeft hierin een verantwoordelijkheid. Natuurlijk is men bang voor bemoeizucht, maar ik denk dat regelgeving op dit punt echt noodzakelijk is.”

De kogelvrije zwembroek is nog altijd te bestellen via de website van Bert van Horenzeggen: www.vanhorenzeggen.be.

Wubbo Laatmaar wacht al jaren op de bus
“Dit is wat ik doe. Dit is wie ik ben. “

Wubbo Laatmaar wacht al 28 jaar op bussen in binnen- en buitenland. Sinds zijn 31e bezocht hij ruim 79.422 bushaltes waar hij twintig minuten of langer op de bus wachtte. Nooit stapte hij in: “De kick die je krijgt als zo’n bus er eindelijk is en je loopt gewoon weg, dat is onbeschrijfelijk. En goedkoper.”

In de eerste helft van zijn leven reisde hij nog regelmatig met de bus. In februari 1980 kwam daar verandering in. “Ik woonde toen nog in Arendonk en op woensdagen moest ik altijd in Turnhout zijn, voor pianoles. Mijn toenmalige vrouw had op weekdagen de auto nodig, dus ging ik met de bus naar Turnhout. Op een ochtend zat ik in alle rust bij de halte te wachten. Pas toen de bus aan kwam rijden, bedacht ik me dat het helemaal geen woensdag was en ik liep weg.”
“In de dagen erna bleef de herinnering aan het voorval me achtervolgen. Tijdens het wachten op de bus had ik met terugwerkende kracht een enorme rust ervaren. Ook gaf het me een goed gevoel dat ik de prijs van een buskaartje had uitgespaard. Langzaam drong het tot me door dat ik goud in handen had. Ik hing de piano aan de wilgen (dat was nog een heel gedoe) en koos voor een nieuwe weg. Ik besloot te gaan leven van het geld dat ik zou besparen door fulltime op zo veel mogelijk plaatsen niet op de bus te stappen.”
Als kleine zelfstandige begon hij voortvarend aan zijn nieuwe leven. Per taxi reisde hij het hele land door om alle bushaltes te bezoeken en er vervolgens niet op de bus te stappen. Al snel bleek België te klein voor de ambitieuze Laatmaar.
“In eigen land had ik al vrij vlug alle haltes gehad. Bussen rijden hier zeer frequent en zeker in de steden wacht je vaak maar een kwartier per halte. In het begin deed ik 40 haltes per dag, maar dat tempo houd je niet wekenlang vol, ook fysiek niet. Ik leerde dat een goed schema essentieel is. Toen ik eenmaal in een goed ritme zat, wachtte ik moeiteloos 500 haltes per maand.”

Het buitenland lonkte. Een carrière over de grens was een logische stap, maar het lot hield hem nog even in eigen land. In 1991 gingen de landelijke bustarieven met 5,2% omhoog. Dit was goed nieuws voor Laatmaar, die nu met dezelfde haltes nog meer geld kon besparen. De plannen voor een buitenlands avontuur gingen nog even de ijskast in. Een gevolg was wel dat Wubbo inmiddels een bekende werd van gefrustreerde buschauffeurs. Een conflict met de vakbond was onvermijdelijk.
Er volgden roerige tijden. Verschillende actiegroepen achtervolgden Laatmaar en maakten hem het wachten onmogelijk. In Dendermonde ontstonden zelfs rellen toen enkele fanatiekelingen hem met man en macht in de bus probeerden te duwen. Laatmaar wist tijdig te ontsnappen, maar besefte dat zijn situatie onhoudbaar was geworden. Niet alleen had hij zich de toorn van de vakbond op de hals gehaald, ook de betrokken autoriteiten waren vijandig gezind.
Wolbert Lampevoer, toenmalig directeur van vervoersmaatschappij De Lijn, uitte al in 1993 zijn kritiek op Laatmaar. “Onze mensen hebben berekend dat we alleen al in België duizenden francs zijn misgelopen. Als de heer Laatmaar na al zijn wachtsessies gewoon als alle andere mensen netjes op de bus was gestapt, hadden we bakken met geld aan hem verdiend. Nu betaalt meneer niets, omdat hij niet instapt. Wachten op de bus is nog altijd gratis. Deze man heeft gewoon een maas in de wet gevonden en profiteert daarvan: schaamteloos en onverantwoord.”
In 1994 verloor De Lijn echter een rechtszaak tegen Laatmaar. De rechter achtte niet bewezen dat Wubbo tot doel had De Lijn financieel schade te berokkenen. De eis van 4,5 jaar gevangenisstraf werd dus niet overgenomen, ook omdat de angst bestond dat Wubbo in de gevangenis gewoon door zou gaan met wachten.
Toch betekende de vrijspraak allesbehalve goed nieuws. “Het klimaat was dusdanig vijandig geworden, dat ik hier nergens meer rustig op de bus kon wachten. Ik merkte het zelfs buiten werktijd. Ook als ik gewoon in de rij stond voor de bakker, werd ik achterdochtig aangekeken met zo’n blik van ‘Jij zult hier uiteindelijk wel geen brood kopen en weglopen!’ Een volkomen doorgeslagen reactie natuurlijk. Al mijn activiteiten werden uit hun verband gerukt.”
Na vele mislukte pogingen z’n taxikosten vergoed te krijgen bij de belastingdienst, besloot hij de eer aan zichzelf te houden. Hij wilde weg.

In de zomer van 1995 begon Wubbo Laatmaar aan een jarenlange roadtrip door Europa. Liftend trok hij door Frankrijk, Duitsland, Polen en de Baltische staten, waar hij vele bushaltes aandeed. Hij bemerkte veel culturele verschillen. “Duitse buschauffeurs hebben er nog het meeste moeite mee als je wegloopt. De meesten worden erg boos en beginnen te roepen dat het zo niet hoort. Estse chauffeurs zijn veel introverter. Meestal kijken ze je vol vertwijfeling aan, maar ze zullen minder snel hun emoties tonen. Toch heb ik ook wel extreme situaties meegemaakt. In Polen barstte een chauffeur van een streekbus in tranen uit. Later bleek dat ik de enige passagier van de dag zou zijn geweest. Dat is natuurlijk sneu voor zo’n man, maar ik heb proberen uit te leggen dat dit nu eenmaal mijn manier van leven is. Nee, ik geloof niet dat het hem direct hielp. Ik denk ook dat hij geen Nederlands verstond en bovendien rook ‘ie naar alcohol.”

Inmiddels woont Wubbo alweer een aantal jaren in België. Vanuit Wevelgem reist hij de hele wereld over om bushaltes te bezoeken. Hoewel hij al 64 landen kon afvinken, staan er nog genoeg regio’s op het verlanglijstje. “Japan blijft natuurlijk het beloofde land. De kaartjes zijn daar zo duur en de bussen rijden zo vaak, dat je daar op jaarbasis duizenden euro’s kunt uitsparen. Bovendien zijn daar zoveel mensen dat het veel minder opvalt als je de bus niet instapt. Ze controleren daar ook niet op. Ook het Midden-Oosten is een fascinerend gebied. In Palestina is het bijvoorbeeld mogelijk je leven te redden door niet op de bus te stappen. Maar goed, daar komt natuurlijk het nodige geluk bij kijken…”
Tijdens zijn reizen verplaatst Wubbo zich op vele manieren. Nooit reist hij per bus. “Dat is bijgeloof. Ik heb er wel eens gesprekken over met sommige buschauffeurs. Vaak begrijpen ze het wel. Het is zeker niet zo dat ik een hekel aan bussen heb, zoals veel mensen denken. Het is gewoon een levenswijze, het is niet persoonlijk tegen bussen gericht.”
“Mensen zeggen wel eens tegen me dat ik veel meer zou kunnen besparen als ik hetzelfde zou doen met treinen, taxi’s of tandartsen. Ik leg dan uit dat het mij niet om het grote geld gaat, maar om de oneindige rust van de bushalte.”

Het privéleven van Laatmaar heeft niet altijd geprofiteerd van het professionele succes. Zijn eerste huwelijk kon de hobby niet overleven. “Het wachten op de bus heeft onze relatie zwaar op de proef gesteld. Mijn toenmalige vrouw werd er gek van dat ik altijd van huis was, zonder dat ik concreet geld in het laatje bracht. Ik kon nog zo vaak uitleggen hoeveel geld ik uitspaarde door niet op die bussen te stappen, maar het mocht allemaal niet baten. Sommige vrouwen zijn gewoon niet voor rede vatbaar en zeker niet op verhitte momenten.
Dat het ook anders kan, bewijst mijn huidige vrouw. Ik ben haar tegengekomen bij een bushalte in Berlijn. Ze komt uit Moldavië en overdag werkt ze als schoonmaakster. Dankzij ons huwelijk heeft ze een verblijfsvergunning. Wat ze van mijn hobby vindt? Geen idee, ze spreekt nauwelijks Engels, maar ik heb haar nooit horen klagen.”

Cijfers liegen niet: in 28 jaar tijd heeft Wubbo ruim €180.000 bespaard. Nooit de verleiding gevoeld toch gewoon in te stappen? “Nooit. Ik weet mij een gelukkig man en ik ben sterker dan al die buschauffeurs die kwaad beginnen te schreeuwen en te toeteren als ik ineens wegloop. Op zo’n moment weet je weer waar je het voor doet. Dat is het machtigste gevoel ter wereld.”
In Wubbo’s familie heeft de aanvankelijke scepsis inmiddels plaatsgemaakt voor acceptatie. “Mijn broer loopt alle Europese roltrappen op en af. Ook hij wordt vaak verkeerd begrepen. We zien elkaar zelden, omdat we allebei vaak in het buitenland zijn. Toch denk ik dat we respect hebben voor elkaars levensstijl. De rest van de familie is terughoudend. Mijn ouders hadden natuurlijk graag gezien dat ik een vak geleerd had, maar in principe accepteren ze mijn huidige activiteiten. Voor mij is dat heel belangrijk, want uiteindelijk is dit wat ik doe en wie ik ben. Een ander leven zou ik mij niet kunnen voorstellen.”