Carmen Campos Campos

Vladimir Vosoviç

Vladimir Vosoviç, voluit Vladimir Daniel Aleksandar Vosoviç geheten, al had niemand hem ooit zo genoemd behalve zijn moeder en dan ook alleen maar wanneer zij boos op hem was, sloeg zijn armen om zijn middel in een poging de kou te verdrijven. Zijn voeten zette hij zorgvuldig voor elkaar neer. Zijn leren, donkerbruine wandelschoenen zaten onder de modder. Wanneer hij thuis was, zou hij ze schoonmaken en ze daarna op een krant onder de verwarming leggen zodat hij ze morgen opnieuw aan zou kunnen doen. Vladimir Vosoviç was erg zuinig op zijn schoenen, eigenlijk was hij op alles wat hij bezat erg zuinig, zelfs op de koekoeksklok die boven zijn eettafel hing en die al jaren niet geslagen had.
De klok was het enige souvenir dat hij had meegenomen uit zijn geboortestad Proletarsgrad, een klein stadje in het oosten van Rusland, een plaats die hem zo lang hij zich kon herinneren maar met één gevoel vervuld had: verveling. Die verveling had ervoor gezorgd dat hij al gauw het avontuur ging zoeken op het enige terrein dat hem nog onbekend was: dat van de meisjes. Zijn onverschilligheid opgeteld bij zijn curieuze uiterlijk, de donkere wenkbrauwen en het pikzwarte haar bij een verder bleek gezicht, maakten hem tot een interessante verschijning. Voor de meisjes was hij bijzonder, voor Vladimir Vosoviç waren alle meisjes onderling inwisselbaar. Natuurlijk, de één was steviger dan de ander, de één rook lekkerder of was aangenamer gezelschap dan de ander, maar voor Vladimir Vosoviç was de overeenkomst groter dan het verschil: hij was op geen van allen verliefd.
Desalniettemin sliep hij met ze, met een zorgvuldigheid die door velen ten onrechte werd aangezien voor liefde, terwijl zij in feite alleen voortkwam uit egoïsme. Op den duur echter kon zelfs het lichamelijke genot Vladimir Vosoviç niet langer bevredigen en de verveling sloop ook in zijn liefdesdaden. Zelfs de gekwelde blikken van de meisjes wanneer hij naderhand met een ‘het was gezellig zolang het duurde’ of een soortgelijke dooddoener duidelijk maakte dat hun korte romance geen vervolg zou kennen, brachten geen enkele emotie meer bij hem teweeg. Toen de enige leeftijdsgenoot met wie hij zo nu en dan koffie ging drinken, ene Pjotr Petroviç, ook nog eens besloot te emigreren naar Montehermoso, werd het vermoeden dat hij van kinds af aan al gehad had, bevestigd: Proletarsgrad was geen plaats voor hem.
Met de klok onder zijn arm was Vladimir Vosoviç toen op de bus gestapt, de bus die drie dagen aaneen zou doorrijden om tenslotte aan te komen in het vissersdorpje Fjårde.


Gloria Estebán Perez

Vanaf het moment dat de bus haar had afgezet in het vissersdorp, paste Gloria Estebán Perez zich aan aan haar nieuwe leefomgeving. In een mum van tijd sprak ze de taal en hoewel al haar zinnen doorspekt bleven met Spaanse woorden kon iedereen haar verstaan.
De eerste keer dat Vladimir Vosoviç Gloria zag, stond ze in de rij voor de voedselbank die lang geleden was opgericht. Er was nooit veel gebruik van gemaakt en de meeste inwoners bewaarden de gele couponnetjes die zij elke dag automatisch thuisgestuurd kregen en die goed waren voor één deugdelijke avondmaaltijd dan ook thuis.
Deze dag echter was Gloria Estebán Perez niet alleen. De plotseling grote opkomst had alles te maken met een landelijk verbod; de regering had de vissersnetten waarmee Ole Riise Steiro en de andere vissers hun buit vingen verboden, omdat de gaatjes te klein waren en er te veel dolfijnen in gevangen zouden worden. In plaats daarvan waren er netten met grotere gaten gekomen, totdat ook die verboden werden, dit keer omdat de productiekosten meer bedroegen dan hun opbrengst omdat de gaten zo groot waren dat de meeste haringen gemakkelijk ontsnapten. Uiteindelijk waren tenslotte alle soorten netten verboden en sindsdien probeerde men uit alle macht andere manieren te verzinnen om toch hun beroep te kunnen uitoefenen, zonder zich te herinneren wat er precies mis was met de netten die ze vroeger gehad hadden.
Gloria Estebán Perez stond achter Ole Riise Steiro in de rij en hupte ongeduldig van haar ene voet op haar andere. Op dat moment kreeg Vladimir Vosoviç een idee waarvan hij later zou willen dat hij het nooit gehad had.
Terwijl hij pretendeerde tussen Gloria Estebán Perez en Ole Riise Steiro te willen passeren, haalde hij uit de binnenzak van zijn jas een paar gele coupons en drukte ze terloops in de hand van de Spaanse. Nog voor hij goed en wel gepasseerd was, sneed zij hem de pas af.
‘Ik ben geen liefdadigheidsdoel’, viel ze venijnig naar hem uit, ‘dus bewaar je aalmoezen maar voor iemand anders, niñito.’
Naderhand, toen hij thuis met inmiddels koud geworden water zijn gezicht waste, nam Vladimir Vosoviç zich voor, nooit meer zo’n stommiteit te begaan. De dag erna echter was heel Fjårde vol van een nieuwtje dat bij zonsopgang het marktplein had bereikt: Vladimir Vosoviç, de democratisch gekozen bestuurder van Fjårde, had besloten de rantsoenen te verhogen, een maatregel die in geen jaren genomen was, en niemand wist waarom.
Gloria Estebán Perez was blij verrast toen de kartonnen doos met levensmiddelen plotseling bijna twee keer zo groot bleek te zijn, en omdat zij een intelligente vrouw was, had ze al gauw door aan wie deze toename te danken was. Ze nam zich voor om voortaan aardiger tegen hem te zijn, en hoewel ze het niet laten kon om zo nu en dan plagerig ‘niñito’ te zeggen, wisselden zij en Vladimir Vosoviç van toen af enkele korte zinnen wanneer ze elkaar op straat tegenkwamen.
Al gauw bleek dat ze veel van elkaar verschilden: Vladimirs rustige, passieve persoonlijkheid stond in contrast met haar passievolle, Spaanse temperament en tegenover zijn onbaatzuchtigheid stond haar strategisch berekenende karakter. Zelfs toen ze hem uitnodigde om bij haar te komen eten liet ze hem via een handgeschreven briefje exact weten, welke ingrediënten hij geacht werd mee te nemen.
Bij haar voordeur aangekomen klopte hij aan. Zonder dat er enige begroeting aan vooraf ging, bevond hij zich in het keukentje van de Spaanse, waar hij gedwee alle meegebrachte voedingsmiddelen uitstalde. Na het eten hielp hij Gloria met de afwas. Pas toen hij zich omdraaide om zijn inmiddels gerimpelde handen af te drogen aan een theedoek, zag hij hem. De jongen leek een deel te zijn van het interieur, zozeer leek de kleur van zijn bruine shirt op de kleur het mahoniehouten eettafeltje en zozeer correspondeerde de vaalheid van zijn broek met de vaalheid van het afgebladderde behang.
Met een zacht ‘buenos dias’ stelde Julio Estebán Perez zich voor.


Julio Estebán Perez

Als het aan hem lag, waren ze in Montehermoso gebleven. Daar was hij geboren en daar was het waar hij elke zondag, stipt om twee uur ’s middags, voetbalde met Andrés, Jorge, Arturo, Jaime, Diego en Ezequiel. In het vissersdorpje daarentegen verveelde de jonge Julio zich dood.
Enig vermaak werd hem gebracht in de vorm van de vreemdeling. Hoewel ze elkaar niet verstonden, bleek al gauw dat ze veel gemeen hadden; allebei hielden ze van lezen, rust en bovenal van schaken. De vreemdeling, die inmiddels vrij vertrouwd voor hem werd, deed zijn uiterste best om Spaans tegen de jongen te praten. De man maakte alleen zoveel fouten dat Julio op een gegeven moment heel hard ‘basta!’ geroepen had, een woord dat universeel bleek te zijn want het kleine mannetje had onmiddellijk zijn mond dichtgedaan en zijn verwoede pogingen sindsdien niet meer hervat. Zodra hij het gezegd had, had Julio al spijt van zijn spontane uitroep: altijd zouden ze gescheiden blijven door een muur van taal. Die gedachte maakte hem zo droevig dat hij wel kon huilen, ware het niet dat hij dat al elf jaar lang niet gedaan had en voor dit voorval geen uitzondering wilde maken, en tegelijkertijd weigerde de jongen zich erbij neer te leggen. Vanaf dat moment had Julio de taak op zich genomen om Vladimir Vosoviç de beginselen van de Spaanse taal te leren.

Vladimir Vosoviç

Ze had hem alles verteld, een geschiedenis van bijna achttien jaar had ze samengevat in een halfuur. Druk gesticulerend als altijd had ze haar woorden met armbewegingen kracht bijgezet en Vladimir Vosoviç in één ruk het hele verhaal verteld, zonder zichzelf toe te staan om op adem te komen, alsof ze bang was dat ze de rest dan zou vergeten. Bijna achttien jaar geleden was het toen ze, als jong meisje op zoek naar avontuur, strandde in Proletarsgrad. Zodra ze er aankwam, had ze besloten dat ze er niet blijven wilde; een beslissing waar ze echter op teruggekomen was zodra ze Vladimir gezien had in een café waar hij koffie aan het drinken was met een leeftijdsgenoot. Alles aan hem had haar geïntrigeerd. Totaal ontgoocheld was ze geweest toen hij haar na een passievolle nacht zomaar afscheepte (‘het was gezellig zolang het duurde, zei je’), waarna ze besloten had dat het haar eer te na was om achter een man, welke man dan ook, aan te lopen. Op deze beslissing was ze wederom teruggekomen toen ze, inmiddels terug in haar geboortestad Montehermoso, ontdekt had dat ze zwanger was. Haar zoon moest koste wat het kost een vader hebben. Toen ze terug was gekeerd naar Proletarsgrad, kon ze Vladimir echter niet meer vinden. Wanhopig was ze toen ze terugkeerde naar Montehermoso en daar was het uiteindelijk, bij puur toeval, Pjotr Petroviç geweest die haar herkend had (‘hij wel, Vladimir, hij wel’). Van hem vernam ze waar zijn oude kameraad zich ophield, en zonder te aarzelen had ze opnieuw haar koffers gepakt.
‘Dit is wat er gaat gebeuren, niñito’, kondigde ze nu op zakelijke toon aan, ‘we voeden Julio samen op. Als je wilt blijf ik bij je in Fjårde, als je wilt keren we samen terug naar Montehermoso.’
‘Ik wil wat jij wilt’, zei Vladimir Vosovic en hij zette zijn woorden kracht bij door in een nederig gebaar op zijn knieën te zakken, totdat hij zo dicht bij de grond was dat hij naar Gloria moest opkijken. Niets liever wilde hij dan de rest van zijn leven delen met zijn gezin en een onmetelijke drang maakte zich van hem meester om haar te omhelzen, om zijn zoon uit bed te halen en die ook te omhelzen, om zijn armen om zijn gezin heen te slaan en hun geur op te snuiven. Enthousiast ging hij staan, tilde Gloria Estebán Perez op, draaide een rondje in de woonkamer met haar in zijn armen en opende toen de deur naar de slaapkamer van zijn zoon. Julio Estebán Perez sliep nog half toen Vladimir Vosoviç hem in een algebraïsch mengsel van Russisch en Spaans meedeelde dat hij zijn vader was.


Vladimir, Gloria en Julio

Een week nadat het pasgevormde gezin elkaar gevonden had, verhuisden ze naar Montehermoso. Het Spaans van Vladimir Vosoviç ging vooruit en tegen de tijd dat ze besloten officieel te trouwen was hij vastberaden zijn trouwgeloften in het Spaans af te leggen. Zijn geploeter werd beloond; op de dag dat ze trouwden legde hij zijn trouwgeloften in het Spaans af. Deze gebeurtenis had Gloria zo ontroerd dat ze had moeten huilen, een uiting van emotie die ze naderhand altijd zou ontkennen, al waren er ooggetuigen geweest die zich het tegendeel konden herinneren.
Toen het huwelijksfeest ten einde was hadden Vladimir Vosoviç en zijn kersverse vrouw besloten dat de jongen een nieuwe naam zou krijgen. Gloria besloot dat hij, geheel volgens de Spaanse traditie, de achternamen van beide ouders zou krijgen en bovendien werd er op zijn vaders verzoek nog een tweede voornaam aan toegevoegd, die hem aan zijn Russische wortels zou herinneren. Zo kwam het dat de jongen zijn achttiende jaar inging met een nieuwe naam, een naam die de mengeling van culturen symboliseerde waaruit hij voortkwam en die – en dit vond Julio vooral belangrijk – de jongens ongetwijfeld zou imponeren. Andrés, Jorge, Arturo, Jaime, Diego en Ezequiel waren inderdaad onder de indruk toen ze hoorden dat hun voetballende vriend niet langer bij zijn voornaam genoemd wilde worden; van nu af aan zou hij door het leven gaan als Julio Sergej Estebán Perez Vosoviç.