Marloes Robijn
Stripverhaal
- Met tekeningen van jou -
Wat vind je mooi, bruin of blond? Of liever zwart-wit, met potlood, dat mag natuurlijk ook.
Toe maar, teken haar maar, precies zoals jij haar graag wilt. Doe toch maar in kleur trouwens, dan kun je haar van die mooie donkerrode lippen geven, de kleur van kwaliteitswijn, daar houden de jongens wel van. Zij dronk het laatst voor het eerst, een slokje van haar vader. Daar kreeg je zo’n rilling van, betekende dat dat het lekker was?
Het haar hoeft niet al te netjes hoor, dat is de mode tegenwoordig. Lekker wild, met af en toe een verdwaald speldje en veel loshangende, uitdagende lokken.
Het is trouwens zomer, dus veel hoef je haar niet aan te trekken.
Misschien moet je haar ook maar een vestje aantrekken, dat vindt haar moeder wel prettig. Ze gaat straks op de fiets naar het strand en anders verbrandt ze nog. Zelf vindt ze dat wel sexy, roodverbrande wangen, lippen van kwaliteitswijn en haar nieuwe knalgroene bikini. O, die hoef je niet te tekenen hoor, die zit al in haar tas.
Ze wacht tot haar vriendinnen haar komen ophalen. Denk maar aan een zeventiende eeuws schilderij. Een bleek meisje met een glanzend olieverflichaam. Haar borsten, jong en onervaren, bollen bleek boven haar jurkje uit. Of hemdje, wat jij wilt. Nu is het meer achttiende eeuws, het jongere zusje uit een Jane Austen-film. Vol verwachting kijkt ze uit het raam. Zou ze worden opgemerkt? Weet ze wat haar te wachten staat? Wacht ze of weet ze precies wat ze wil, straks, daar buiten?
Ze wilde liever niet buiten wachten, in de tuin bij haar ouders. Haar vader probeerde een bloemenperkje aan te leggen, maar staat nu puffend met de buurvrouw te praten, zijn lichtroze buik steunend op de heg. Of hij is in slaap gevallen met de krant en nu loopt er een klein straaltje speeksel uit zijn halfopen mond, zijn ontblote bovenlijf zwetend onder de krant. Het maakt niet uit, het is allebei ergerlijk. Haar moeder zit de tv-gids te lezen, waarschijnlijk. Het doet er niet toe, dit zien we toch niet; we zijn nog maar bij het eerste plaatje.
Daar zit ze, onbewogen voor het raam. Ze wil weg, de vakantie heeft lang genoeg geduurd hier thuis, alleen met haar ouders.
Hoe had je de rest van haar kamer in gedachten? Is het zo’n meisje met een wastafel vol oorbellen, sjaaltjes, kettinkjes, glittertjes, poedertjes en flesjes, een uitpuilende toilettas op de grond, daarnaast kleurige hemdjes, grappige zomerjurkjes, frivole muiltjes, slippertjes naast het bed uitgeschopt, een glossy tijdschrift dat verveeld ligt te wachten op haar roze kussen? Of is het een kamer vol enthousiaste rommel, waar op de wastafel net zo goed een pot pindakaas, een half opgegeten appel, een leeg cd-hoesje (welke muziek?) als gewoon een tandenborstel kan liggen? Daar zou haar kapsel ook wel bij passen. Maar misschien is ze meer een opgeruimd type, rechtdoorzee, een nette kledingkast, alle kleren op kleur gesorteerd. Basic hemdjes en shirtjes, misschien kunnen kleren haar niets schelen of staat alles haar hoe dan ook goed. Er kan ook een beduimeld boek op het bed liggen, dicht, eerder heeft ze een traan gelaten toen ze het na een nacht lezen voor de zoveelste keer uit had.
Misschien maakt het allemaal niet uit, glitters of een degelijk blauw jurkje. Straks is ze op het strand, in de zee alleen een lachend hoofd, op haar handdoek in het zand een leuk giechelend meisje. Een knalgroene bikini, een glanzend natte huid.
Ze heeft het raam open gedaan, teken dat in ieder geval. Het is warm (Zweetdruppeltjes? Rode wangen? Een grote oranje zon? Zie maar hoe je het tekent, maar zorg voor een hete zomer.)
Nu zit ze op de fiets. Ze kletsen onophoudelijk, zij en haar twee vriendinnen. Vind je het lastig om al die gesprekken in een paar tekstballonnetjes te proppen? Ach, belangrijk is het toch niet allemaal. Schrijf maar dat ze zo blij is dat haar vriendinnen terug zijn van vakantie. Nu kan ze eindelijk weer pret maken, met hen naar het strand en ’s avonds misschien een keertje op een terrasje zitten. Dat was toch anders dan een kroeg, dat zouden de ouders wel goed vinden.
Er hoeft niet per se een plaatje te komen van hoe ze zwemmen. Dat doen ze toch bijna niet. Al meteen toen ze het strand opliepen, op zoek naar een plekje om te liggen, zagen ze het vertrouwde groepje jongens. Klasgenoten in druipende zwembroeken, strakke buikjes en een zak chips in het midden. Kinderlijk waren ze, kleurloos ondanks hun rode lijven. De vriendinnen zijn verder doorgelopen. Je kon je niet altijd met deze grinnikende pubers met eventueel pukkelige gezichten ophouden.
Ok, je mag weer. Daar liggen ze, zonnebadend op hun grote badhanddoeken. Teken ook maar een fles zonnebrandcrème. Soms luistert ze wel naar haar moeder namelijk. Haar wangen heeft ze niet ingesmeerd, die beginnen al mooi rood te kleuren. Er lopen draadjes van de oren naar de grote strandtassen, diep in slaap luisteren ze naar de muziek. Allemaal dezelfde muziek? Muziek kun je niet zo makkelijk tekenen, maar misschien kun je het toch zien. Trouwens, diep in slaap? Ja, je tekent het al goed, de ogen gaan af en toe even kort open. Is alles nog onder controle? De huid al bruin, het haar nog nonchalant uitgespreid? En die jongens die daar op het muurtje zitten, laat ze maar naar de meisjes kijken, want dat doen ze.
Teken nu een groepje mensen. Het ziet er gezellig uit. Eén meisje gooit haar hoofd in haar nek van het lachen, de andere twee zitten glazig geïnteresseerd naar een donkerharige jongen te luisteren. Of blond, wat jij wilt. Er hoeft geen tekst bij hoor, zo is het wel duidelijk. Hang de meisjes maar aan zijn lippen, want dat doen ze. Of ze kijken elkaar net even glimlachend aan. Dit is nog eens wat anders dan de flauwe humor van hun klasgenoten. Deze jongens vertellen anders, ze zijn anders! Ze zijn net terug van maanden backpacken in Australië.
(Je mag best even een flashbackplaatje maken. De jongens met hun grote rugzakken, verrekijkers, fototoestellen in een gematigd regenwoud. Of feestend, met bier, zand en zonsondergangen. Zoenend met andere backpackers of gewoon op een terrasje met een ijsje. Zie maar, het maakt niet uit.) Nu zijn ze hier en dragen ze kleurige zwembroeken met grappige patroontjes. Niet allemaal een strak buikje, maar sommigen donker behaard en vast heel zacht.
Wat? Zo dicht zitten ze nog niet bij elkaar! Zij, het meisje in de knalgroene bikini, en de jongen met het donkere haar en misschien een nonchalant baardje. Zo snel gaat dat toch niet? Ze hebben het nog over reizen. Geef haar een dromerig gezicht, ze wil ook wel weg. Dan een beslist close-up, ze gaat eerst de middelbare school afmaken. Hier eventueel een plaatje van de ouders, slapend onder de krant of met de buik op de heg, de tv-gids sowieso. Iets hebben ze toch bereikt. Een dochter die zich insmeert met zonnebrandcrème en netjes de middelbare school af gaat maken. Gum die voorzichtige hand zwevend boven de behaarde knie nog maar even uit. Dat komt misschien later.
Maar later is snel, een paar bladzijden verder is het inderdaad zo, je had gelijk. En nu is er niet een voorzichtige hand, maar innige verstrengeling, wijnrode lippen, nu heeft ze meer dan een voorzichtig slokje gehad. Ze rilt vast van de kou.
Het begint al te schemeren, teken de vader ongerust starend over de heg. Nu heeft hij een T-shirt aan, ja, het is vast flink afgekoeld.
Zij en haar vriendinnen hebben de vrolijke, dunne jurkjes weer aangetrokken, zij heeft gelukkig ook nog haar vestje. Het is niet raar om zo dicht tegen elkaar aan te zitten, denkt ze. Kijk maar even hoe de samenstelling is. Misschien vier jongens en de drie meisjes. Dan zijn er twee die zich op één meisje richten en elkaar ondertussen met denkwolkjes en verwensingstekens (*&$^*#$$!!) wegwensen. Of misschien zijn er al een paar jongens weg en zit één van de vriendinnen alleen. Zij wenst haar vriendinnen niet weg, maar wil dat ze wat meer zou durven, net zo grappig is als de andere twee. Het zou kunnen dat een van de jongens haar eigenlijk stiekem leuker vindt dan haar babbelende vriendin, maar dat weet zij niet. Laat maar even zitten, die denkwolkjes. Het is ook wel leuk als we niet alles weten.
Dat zijn de twee vriendinnen. Onze hoofdpersoon in de knalgroene bikini zit zo te zien innig samen met de stoerste backpacker. Zo gaan die dingen. Als het getekend wordt, gefilmd, geschreven, dan gaan die dingen vaak zo. Of juist niet, dat hangt af van het genre. Zou je ook in het echt denkwolkjes willen?
Teken nu maar verder. De romantiek hebben ze inmiddels gehad, een mooie zonsondergang was het. Ze gaan een eindje wandelen, zij en haar backpacker. Veel is er niet te zien, nu je het steeds donkerder hebt gemaakt, maar goed, er is een hand in een hand te onderscheiden. Blote voeten, slippers of schoenen, het zijn er in ieder geval vier en ze gaan weg van de rest. Hoe lang ze lopen weten we niet. Zittend tegen een muurtje bij de boulevard zien we ze terug. Teken maar even een lantaarnpaal, dan kunnen we de gebeurtenissen wat beter volgen.
Welke gebeurtenissen vraag je? Laat het maar zien, teken het maar. Gaan ze zoenen of hebben ze dat allang gedaan? Hij wil meer van meisjes die hij tegenkomt op het strand, zeg je? Hij ligt, z’n armen ontspannen achter z’n nek gevouwen. Zij staat, onwennig of is dit misschien spannend? Wat is eigenlijk spanning? Is het een verlengde van onzekerheid, loopt het parallel? Of is dat een ander leven, zij glanzend en nieuw, wachtend voor het raam.
Hij vraagt haar iets, teken je geen tekstballonnetje? Ach, het is al duidelijk. Langzaam trekt ze haar kleren uit. Per plaatje één kledingstuk, nou, je houdt het wel spannend. Teken na het laatste kledingstuk haar gezicht en een beetje twijfel. Je weet toch wel hoe je twijfel tekent? Waarom heb je haar eigenlijk zo mooi gemaakt? Had ze niet beter een zestiende eeuws meisje kunnen zijn, met een hoge zwarte kraag, bolle ogen en een bedeesde mond? Dan had ze hier niet zo naakt voor hem gestaan. Of dan had het in ieder geval heel wat bladzijden gekost om dat hele kostuum uit te krijgen. Had ze hem kunnen wurgen met het lint van haar corset. Maar daar is het het genre nu niet naar.
Hé, net stond ze nog. Trekt hij haar op de grond? Valt ze? Zet er dan maar zo’n machteloze “DOINK!!” bij, of “BAM!!”, je kunt tenslotte hard vallen op straat.
Je gumt? Vindt ze het niet leuk? Denk je dat ze nu nog terug kan? Zo gaan deze dingen. Je begrijpt toch wel dat het niet geloofwaardig is als het volgende plaatje drie vriendinnen lachend op de fiets is, of thee met de vader en de moeder, een koektrommel op tafel?
We zijn nog niet toe aan een gelukkig einde, we hebben nog meer plaatjes, toe, laten we even kijken hoe het gaat.
Of vindt ze het leuk? Ja hoor, kijk maar, je hebt haar aan het lachen gemaakt. Een onzeker lachje, dat teken je mooi. Teken de gezichten dicht bij elkaar, of de lijven, nog dichter. Of maak maar zo’n plaatje waar zogenaamd een papiertje overheen zit, met “Niet geschikt voor jonge lezers” ofzoiets, zoals dat wel in de Suske en Wiske stond als er wild op los werd geslagen. Is dat een tekstballonnetje met onderdrukt gemompel? Een schreeuw vanachter het papiertje?
Nu is het tijd voor de laatste plaatjes. Zie maar wat je doet, zij op de fiets met haar vriendinnen, weer teveel tekst voor in ballonnetjes, of huilend op haar moeders schoot. Of gewoon, zoals het allemaal begon vandaag. Zij op haar kamer, maar nu misschien zonder de olieverfglans en de verwachting.