Eva Jordana Borst

Ik zie

Vandaag ben ik aan de beurt. Alles is al geregeld. De dokters wrijven in hun handen, van zowel opwinding als om de zeep goed weg te spoelen. Ik stel me voor dat ze lachend met elkaar praten achter het glas. Mijn vader en moeder staan er ook tussen. Waarschijnlijk niet te onderscheiden van de identiek geklede dokters. Voor hen is het een carrièrekruispunt, voor mij is het een cruciaal moment in mijn leven.

‘Voelen we ons al slaperig?’ vraagt de anesthesist aan mij. Ik mag dan wel pas twaalf zijn, maar ik weet zeker dat hij en ik niet dezelfde persoon zijn.
‘IK,’ benadruk ik zorgvuldig, ‘voel me nou NIET… bepaald… sl… hmmm… ben … wakker…’ De computer zoemt zachtjes en ik voel de zachte stroomstootjes tegen de zijkanten van mijn hoofd die me in slaap brengen. Mijn lichaam ontspant, de geluiden vervagen en ik ben weg.

Twee maanden geleden hoorde ik dat de operatie door zou gaan. Ik zat buiten op een tuinstoel, zonnebril op en ‘Iris’, onze hond, lag naast me. De radio stond aan en ik luisterde naar een preek over de groeiende verschillen tussen arm en rijk in de stad waar ik woon.
‘Ben je nou weer naar die communisten aan het luisteren? Die linkse bomenknuffelaars hebben geen idee waar ze over praten. Socialistische leeghoofden zonder realistische visie zijn het,’ zei een zware stem achter me. Ik bewoog niet.
‘Hey pap.’
‘… en dan heb ik het niet eens over de absurd hoge salarissen van de artsen in ons land…’ ging de radiopresentator door.
‘Dat precies daar is een aanklacht,’ schoot mijn vader uit. ‘Ze hebben zojuist hun eigen faillissement uitgezonden. Hallo rechtszaak! Welk radiostation is dit?’ Mijn vader klonk behoorlijk nijdig.
‘Laat zitten, pap. Het is niks.’
Met mijn hand tastte ik naar de radio en zette hem uit.
‘Wat wilde je zeggen?’
‘De operatie heeft het groene licht gekregen. Over twee maanden dan – wacht even.’
Zijn mobiel ging af. Mijn hart ging sneller kloppen. Eindelijk. De operatie waar ik al zo lang op had gewacht.
‘Ja, hallo? Wat nou de verzekering wil niet betalen? Dan gaat het feest niet door voor mevrouw Jansen. Afblazen die hap. Het medisch personeel gaat zichzelf niet betalen. En blindheid is ook niet het einde van de wereld. Bovendien, met haar leeftijd kan ze blij zijn als ze dit jaar overleeft!’
Hij lachte hartelijk en zijn stem verdween in de verte.
Dat was mijn vader, de oftalmoloog ofwel de oogarts. Samen met mijn moeder de oprichters van een centrum voor oogbehandelingen.
Trots straalt van mijn gezicht als ik over hen spreek. Voor mij zijn het twee hardwerkende mensen die van zeven tot negen aan de lopende band patiënten hun zicht teruggeven. En ja, begrijpelijkerwijs willen ze daar op zijn minst wat respect en zeggenschap voor terug.

Het gezichtsvermogen is iets wat je pas mist als je het niet meer hebt. In de toekomst komt de mensheid daar als collectief achter. De ogen zijn een prachtig orgaan, het visuele vermogen is een diamanten godsgeschenk. De geneeskunde was de slijpmachine.
Twaalf jaar geleden werd ik geboren in ditzelfde ziekenhuis. Daar werd al snel duidelijk dat, – jawel, de ironie – ik was blind.
Door een veelvoorkomende zwangerschapsinfectie, ben ik terechtgekomen in het land der blinden. Had ik maar op zijn minst één oog, dan was ik koning. Dan was ik in aanmerking gekomen voor een gewone transplantatie. Maar nee, nu is de enige optie een dubbele Elektronische Oog Transplantatie.
Plots komt er een doemgedachte in me op. Stel de operatie slaagt. Is blindheid zoiets wat je pas mist als je kunt zien?

Mijn ouders kunnen zo’n operatie makkelijk betalen. Ze zijn stinkend rijk. Bakken met geld dat ze hebben. Kampioen van de poen. Zo ongelofelijk beladen met het groen dat ze het wel moeten uitgeven of de economie zou stilstaan. Het briefgeld is bij ons thuis net zo veel waard als een A4 papiertje. Vouw er een vliegtuigje van, veeg je reet ermee af, stook er een vuurtje mee.

‘Oogartsenechtpaar krijgt blind kind – karma?’ kopte een krant. Mijn ouders voelden zich vernederd. Ze konden zo’n beetje elke ziekte genezen die met de menselijke kijkmachine te maken had – voor een bedrag met 6 nullen –, behalve de mijne. Nou ja, het kon wel, maar pas op twintigjarige leeftijd, als het oog voldoende volgroeid was.
Of niet, dachten mijn ouders. Twaalf kan verdacht veel op twintig lijken als je je hoofd schuin houdt en een beetje met je ogen knijpt. Reden genoeg om het te proberen, nietwaar?
Hier en daar incasseerden ze oude schulden en belden ze vertrouwde vrienden. Officiële toestemming van de ethische commissie duurde wat langer. Maar ook dat was uiteindelijk slechts een kwestie van tijd en geld. Iedereen weet dat de gewone regels niet gelden voor rijke mensen.
En daarmee kwam de kans voor mijn ouders om hun gevallen reputatie weer glorieus te doen opstijgen. ‘s Werelds jongste patiënt voor een Elektronische Oog Transplantatie, en een dubbele ook nog. Als het kind overleeft tenminste. Zo zie je maar, mijn ouders waren zeer bezorgd om mijn gezondheid.

‘Hoe voel je je? Heb je pijn? Kan je me eigenlijk wel horen? Ik hoop dat het allemaal goed is gegaan. O, ik ben zo bezorgd, Frank. Ons enige kind! Ik ga NIET adopteren zoals de andere artsen, ook al is dat de mode van dit moment. Daar doe ik niet aan.’
‘Malinda, rustig. Alles is goed verlopen, je was er zelf bij. We kennen de risico’s en we hebben samen besloten dat dit het beste is voor iedereen. Bovendien, als dit lukt komen we op de voorpagina van NieuwzNU.’
Dat zijn ze, mijn bloedverwanten. Altijd maar bezig met prioriteiten stellen.
‘Pap? Mam?’
‘We zijn hier! Ach, we zijn zo blij dat je wakker bent! Frank, check jij even de bloeddruk en de O2 saturatie? Maak daarna het telefoontje maar gelijk. De deal gaat door. De fotograaf kan morgen om vier uur komen. Ik wil dat hij een goede foto maakt van ons terwijl we voor de Lexus en het huis poseren. Kind van me, dit is het begin van je nieuwe leven. Nee, niet je ogen proberen open te doen, dat kan nog niet.’
Ik kan de stemmen duidelijk horen. Mijn vader aait me over mijn haar zoals hij dat altijd doet en vervolgens hoor ik zijn voetstappen de gang uit echoën. Mijn moeder knijpt in mijn hand. Is ze bezorgd of wil ze weten of ik nog wakker ben?
‘Het doet een beetje pijn,’ zeg ik met droge keel. Ik heb een verscheurende hoofdpijn. Olifanten met hamers stampen en slaan op mijn tere gezicht. Maar ik wil me sterk houden.
‘Wacht even schat.’
Mijn moeder staat op en ik hoor dat ze op het toetsenbord tikt van de computer. Nu hoor ik het nog. Straks zal ik het ook kunnen zien. Straks zal ik eindelijk weten hoe een computer eruit ziet. En een toetsenbord. Mijn moeder! Hoe zou ze zijn?
‘Ik ben blij,’ fluister ik.
‘Geniet ervan zolang het duurt. Je zit onder de dope. Je bent stijf van de pijnstillers. Heb je nog pijn? Hier ik geef je nog wat meer.’
Weer het geluid van toetsen die ingedrukt worden. Seconden later drijf ik weg in een diepe slaap.

Het duurt lange maanden voordat ik weer hersteld ben van de operatie. Maar dan heb ik ook wat. Twee elektronische ogen. Met onder andere de volgende functies:
- Infrarood en nachtzicht
- Verandert van kleur + glow in the dark
- 20 TB harde schijf
- Telefoon met foto en videocamera
- Muziekspeler
- Laser (= slechts rood LED lampje, uit veiligheidsoverwegingen)
- Streepjescode scanner
En nog veel meer uiteraard. Ik kan niet wachten om het uit te testen. Mijn hoofd zit nog in een gigantische suikerspin van verband.
‘Frank, heb je al gebeld naar ‘NieuwzNU’? Volgende maand komt het nieuwe nummer uit over ons en over het resultaat van de operatie. Ik denk als we een dozijn irisverkleuringen verloten onder de lezers komen we er nog beter vanaf in de 24 pagina special.’
‘Mam, mag het verband af?’
Ik ruik de aftershave van mijn vader en voel zijn vingers onder het verband peuteren. Hij knipt voorzichtig en ik voel dat lucht rond mijn slaap en oor stroomt. Na nog een paar bewegingen valt het verband van mijn gezicht. Voorzichtig open ik mijn ogen. Ik kan zien.

Dat waren de laatste momenten van mijn oude wereld. Mijn oude leven waarin ik zorgeloos genoot. Waarin alleen ik en Iris belangrijk waren. Mijn ouders hadden het al druk genoeg. Na zichzelf en elkaar, stond ik toch mooi op nummer 3. Dat is lang niet slecht, vond ik. Ik had immers niets te klagen.
Ik had er zelfs een trucje voor. Het was heel simpel voor mij om zo te leven. Ik luisterde als door een filter naar mijn ouders. Ik sloot me af in mijn eigen fantasiewereld, zonder me zorgen te maken om de gebeurtenissen om mij heen.

Inmiddels is het een maand later. Ik zie beter dan drie scherpschutters bij elkaar. De pers jubelt over deze gigantische stap in de medische wereld. Ik ben hot news. Geen historisch ingevroren ijsbeer die Knut heet kan mijn populariteit overstijgen. Mijn pa en ma zijn dolblij.

En ik? Ik zie de wereld. Mooie dingen zoals kleuren, kinderen, de natuur. Mijn reflectie in de ogen van een ander. Dan zie ik het huis, de auto, de bergen met geld. Op het nieuws verschijnen huilende patiënten die niet verzekerd zijn. Smekende mensen met tranen in hun stervende ogen voor de deur.
Ik zie mijn ouders. Hoe ze met een zucht de telefoon ophangen. Hoe ze genadeloos de deur dichtslaan. Mijn ogen zijn geopend. Ik kan ze niet sluiten, zelfs al wil ik dat wel.
Ze zeggen dat de ogen de vensters van de ziel zijn. Als ik mijn ouders in de ogen kijk zie ik een kille, bodemloze put. De hebzucht, de arrogantie en de liefdeloosheid.
Was ik maar weer blind denk ik dan.