Vicky Hazen
Sneeuwlippen
slinger de werkelijkheid weg
(gegroet, psychose!)
roep mijn naam – ypsilon op het einde
u treft me wellicht tussen wijzers
en neuriënde nachten aan
of
derde persoon links
in de videoclip van Thriller
duw de lelijkheidsgraad omhoog
daar zal u mij immers ontmoeten
(inclusief witgepolijste dwangbuis)
zwijg maar,
ik heb geen inblazing nodig om mezelf
als gek in de wind te leggen – stik!
eet van mijn lucht! mondhoeken
hangen vol schuim
en ik laat los wie overwinteren wil
zoals jij het bestaan van mijn hoofd
verregende
Onder
leg de krant opzij, hoeveel
geboorteberichten sterven tussen papier
als pagina één
de inkt van twee streelt, voor- en achterkant
liefde krimpt in een spijkerbroek
strak(s)
plakken knipsels karton
aan haar haren, haar stro-verwaaid-landschap
midden in de winter zoals Mansell
het eeuwig licht
lux aeterna! lux aeterna!
naar bergen brengt – hij houdt van haar
weg te rollen
doch wie wentelt als eerste naar beneden
als de grond geen beminnen kent
Scheppen
er is genoeg zand
om poëzie te begraven, binnen zinnenzachte zeeën
zijn meeuwen stiller op kastelen
ze hebben honger
ze hebben het gekrijs ingeslikt
ze hebben de vloedlijn
geproefd
kinderen tekenen een Mondriaan na
rand na rand
schelpen worden gezocht
abstract
vangt de lucht licht
en klappen handen het blauw
samen
zoals vliegers waarmee ik duinen lees
genoeg wind waaien
om woorden terug op te graven