Hannegijs Jonker
Besluit(eloos?)
Het is middag. Zaterdag. Aandachtig bestudeer ik de vingers aan mijn handen. Vrolijke muziek speelt op de achtergrond en ik denk na. Hoe maak ik van mooie woorden een zin, verhaal, gedicht? Zo vanaf de bank lijkt de wereld makkelijk, toch zijn het slechts vragen die door mijn hoofd spoken. Alles duurt lang. Ik drink, maar de thee wil niet opraken, de kat draait eindeloos rondjes op mijn schoot. De letters op het papier lijken niet op letters, ze kronkelen maar wat ongemakkelijk heen en weer. Niemand weet het meer. Besluiteloos, de kat vlucht weg en ik sluit mijn boek. Het is nog niet uit.
Begin
Kijk naar jezelf en lach
Zoek wijsheid in de kleine dingen
Neem dat ene stapje terug
Om te kunnen zien waar je naar kijkt
Het is nog niet uit. Dit gedicht. Gekruiste benen zijn geen bed voor de kat, mijn boek rust erop. Open, ik lees het vers nog eens over. Begin. Mooie woorden, maar wat wordt er gezegd? Hoe kan iets incompleets een titel hebben? Een stoel zonder poten is geen stoel. Ik schreef het zelf, niet lang geleden. Het lukt me niet om me te herinneren waarom. Waarom wat. Welk waarom is de waarheid? En welke waarheid is een waarom? Dingen zijn geweest en mijn nieuwsgierigheid naar toen bestaat niet. Niet hier op de bank, waar ik alsmaar zwaarder in weg zak. Nieuw wil ik, nieuw, meer, mooi. Op zoek naar een gedicht dat me wat zegt, door mij voor mij. De thee wordt koud en ik lees weer. Meer. Nu.
Kat
Aandachtig is hij
Hoe kan je zó lang
Naar buiten staren?
En toch niet reageren
Op mij
Alleen de oren horen, weten
Draaien
En geven mij de aandacht
Die ik wil
Nu. Meer, ik schreef het daarnet, niets kwam tussen deze woorden en dat. Over de kat. Die overigens weer terug is – het is nu later – op mijn schoot. Het is warm nu. Met de kat, met de woorden. Alleen de thee wil niet meewerken, koud gewaaid voor mijn ogen. Kan je warmte zien? Technologie is ingewikkeld, maar mijn ogen kunnen geen warmte zien. Hulpmiddelen tellen niet mee. Ik wil ik. Moet ik zeggen: ik wil mij? Ik wil. Ik wil, ik wil, ik wil, ik moet. Zo gaan de dingen, dus mag ik niet moeten. Behalve van wat voor mag schrijven. De wet, de dokter, de leraar. Ouders niet, toch denken ze zelf van wel. Ouders moeten mij. Ze mogen me niet. Dus moet de kat van schoot, ik van de bank, het boek aan de kant, de thee gedronken of geschonken. Op naar de gootsteen. Er is geen tijd voor taal.
Cabaretier
Vertel me meer
Over wat geschreven staat
Op vrachtwagens
En ik zal voor je
Door het stof gaan
Met mijn vingers
Schrijf ik nu voor jou
Op de ruit van een bus:
Blijf nog even
Ronald Goedemondt
Er is geen tijd voor taal. Hoe kan het dat mijn taal altijd zo laat komt? De deadlines vragen erom. Er is geen tijd. Taal en laat is hetzelfde, omgekeerd althans. Geen wonder dat er het zo moet gaan, nog twee uur tijd. Tot sluitingstijd. Ik zit niet op een bank. Drink geen thee. Aai geen kat. Tijden zijn veranderd, er is nu niets buiten, donker. Ik weet dat het avond is omdat we dat hebben afgesproken. Donker is avond. Slapen is nacht. Druk is dag. Waarom kan ik als het licht is geen sterren zien? Als het nacht is zie ik toch ook overal zwart?
Terug naar de cabaretier. Avond is televisie, vanavond is cabaret. Ik ken de man die daar staat, zijn grapjes te doen. Leuke grapjes, mooie verhalen, dus ik lach. De moeder klaagt dat er niets is, geen zak op tv. Maar ik lach. Goed. Goedemondt. Goedemondt heet hij, Ronald, die man. Van de grapjes. Van het gedicht. Ik lach nog meer en dan is het afgelopen. Mijn inspiratie komt. Dat is de nacht.
Ga naar bed
Clown, clown, jij godvergeten clown
Dat niemand je ziet
Betekent niet
Dat alles van jou is en voor jou
Doe toch de goede dingen
Doe ze goed en word morgen weer wakker
Voldoening heet dat, zelfbeheersing
Maak het toch niet zo bont en vooral
Niet zo laat
Clown, clown, jij godvergeten clown
Slaap
Dat is de nacht. Mijn nacht. Dan schrijf ik goed, en in de bus. Zit ik niet vaak in, dus moet de nacht het me geven. Toch, die cabaretier kwam uit de bus. Althans, niet hij, de taal. De woorden. Misschien te laat, want de andere wedstrijd had zijn deadline gesteld en er was geen computer bij de hand. Kan ik winnen? Ik wil het. Ik kan het. Mijn leven is een spel. Niemand liep toch op de lijntjes? Toen, toen je erbinnen leerde te kleuren. Alleen ik doe het nog steeds. Anders wel, meer. Het eerste klaar zijn. Het beste zijn. De beste zijn. De dingen het beste doen. De beste complimentjes. Geven en krijgen. Wanneer houdt het op? Win ik als ik toch op de lijntjes loop? Doe eens niet mijn best, ik. Ja, later. Nu nog even niet.
Genoeg
Ik weet niet veel van alles
Alleen dat het meer is dan niets
En te veel om genoeg te kunnen zijn
Nu nog even niet. Nog even niet alles. Wie weet wel nooit alles. Alles is te veel. Té veel. Wat ik me afvraag is hoe je een accent geeft aan “te”. Té wordt te lang, Tè wordt te kort. Te kort en te lang. Te. Te te te. Te is nooit goed, het mag immers nergens voor staan. Alleen tevreden. Ben ik tevreden? De kat ligt er weer. De bank is er weer. De thee is warm. Nog wel. Maar later doet er niet toe, net als toen. Niet weten of niet meer weten is een slechts klein verschil, niet groot genoeg om iets op aan te merken. Wel jammer: de cabaretier is weg. Daar denk ik nu niet aan, want de cabaretier is toen of later. Nu doet ertoe. Niks nu nog even niet. Nu nog even niet? Niets? Er is genoeg. Genoeg spint zacht, boek ligt stil, tevredenheid. Thee. Thee van tevredenheid. Wat rest zijn de vragen.
Vraag me
Hoe maak ik van mooie woorden een zin, verhaal, gedicht?
Mooie woorden, maar wat wordt er gezegd?
Hoe kan iets incompleets een titel hebben?
Waarom wat?
Welk waarom is de waarheid?
En welke waarheid is een waarom?
Kan je warmte zien?
Moet ik zeggen: ik wil mij?
Hoe kan het dat mijn taal altijd zo laat komt?
Waarom kan ik als het licht is geen sterren zien?
Als het nacht is zie ik toch ook overal zwart?
Kan ik winnen?
Niemand liep toch op de lijntjes?
Wanneer houdt het op?
Win ik als ik toch op de lijntjes loop?
Ben ik tevreden?
Nu nog even niet?
Niets?
Wat rest zijn de vragen.
Antwoord/eind
Zeg nooit nooit
Want tevredenheid kan niet in de weg staan
Op de weg naar geluk
Je bent er
Nu
Het einde