Juryrapport Write Now! Leuven 2009
Door Wiegertje Postma
Met pijn in dat gedeelte van mijn hartje dat enige vaderlandsliefde kent, moet ik toegeven dat de inzendingen die mij vanuit Vlaanderen bereikt hebben een relatieve verademing waren in vergelijking met wat mij uit Nederland onder ogen gekomen is. Er valt niet aan te ontkomen: de Vlaamse inzendingen zijn over het algemeen beter geschreven. De vraag is natuurlijk hoe dat mogelijk is. Hoe kan het dat Vlamingen over het algemeen betere invalshoeken kiezen, grondiger gedichten op papier pennen en een verhaal degelijker afronden? Zit er iets in het water, is het de heilzame frisse Belgische berglucht, of een aaneenschakeling van nationale trauma’s die jullie hebben moeten doorstaan, en die nu een vruchtbare grond biedt voor een stevige brok verwerkingsliteratuur?
Allemaal goed mogelijk, maar wat mij aan de inzendingen te zien het meest voor de hand liggende lijkt, is dat jullie meer lezen. Het lijkt alsof jullie meer boeken, korte verhalen en gedichten lezen, en daardoor beter weten hoe het moet. Goed nieuws dus, want dat is voor de jury een stuk aangenamer om te lezen. Helaas heeft die degelijkheid in jullie schrijfstijl ook zo zijn nadelen. Een sterk opgebouwd verhaal met correct taalgebruik is leuk en aardig natuurlijk, maar binnen die risicoloosheid van beproefde schrijfmethoden is er weinig ruimte voor literair vuurwerk. De algemene inzending was goed, het niveau was hoog, maar nergens werd bij de jury het snot uit de neus geslagen door de keiharde confrontatie met ongebreideld talent. De meeste inzendingen hadden potentie, maar die ene verbijsterende, epische proeve van unieke genialiteit zat er niet tussen. Dat geeft niet per se, maar, Leuven, het kan nooit kwaad om in de toekomst een keer een zin op te schijven zoals je die nog nooit eerder hebt gelezen. Een zin die alleen jij had kunnen schrijven.
Hier in Leuven was vooral de poëzie van een verrassend hoog niveau, maar met het proza had de jury meer moeite. De onderwerpskeuzes bij de proza-inzendingen leken vaak ontzettend ver gezocht, er bij de haren bijgesleept en uitgemolken tot er weinig meer van overbleef. De komst van Ragnarok bijvoorbeeld, het einde der tijden, is misschien een wat te ambitieus onderwerp voor een kort verhaal van minder dan 2000 woorden. In andere gevallen was het onderwerp in orde, maar liet de tekst op stilistisch vlak veel te wensen over. Voordat ik tot het noemen van de prijswinnaars overga, wil ik nog één tip geven ten aanzien van dat eerder genoemde maximum van 2000 woorden. Dat is namelijk echt een maximum, niet een streefaantal. In bijna iedere proza-inzending vond de jury dat er veel geschrapt en gesneden mocht worden. Hetzelfde geldt voor de gedichten. Je hoeft er niet met alle geweld acht gedichten uit te persen, puur omdat je zoveel mogelijk van je eigen kunnen wil laten zien. Als je met vier of vijf van je beste gedichten de jury niet kan overtuigen, lukt dat met acht gedichten ook niet. Met een selectie van je werk laat je zien dat je zelfverzekerd bent en kritisch op jezelf kan zijn. De Leuvense inzending was ook de dikste van de tien voorrondes die ik heb beoordeeld, en misschien sowieso wel de dikste envelop die ik ooit thuis gekregen heb. Allemaal papier. Al was het maar ten behoeve van het regenwoud en de ijsberen: wees volgend jaar iets bescheidener met hoeveel je mee stuurt. Daar maak jij meer indruk mee, en misschien red je er ook wel een bedreigde diersoort mee van de ondergang.
Goed, dat alles dus stof om voor volgend jaar over na te denken. En ondanks al het voorgaande, had de jury zoals gezegd een ruim assortiment aan potentiele prijswinnaars. Het was geen makkelijke juryvergadering, maar we zijn er uitgekomen zonder tot fysiek geweld over te hebben moeten gaan en zonder dat er omkopingsgewijs onbetamelijke voorstellen over tafel zijn gevlogen. Twee inzendingen vond de jury dusdanig de moeite waard dat ze die hier eervol wil vermelden. Dat is ten eerste Maren Moreau, die al op jonge leeftijd verfrissende en gedegen gedichten weet te schrijven. De andere eervolle vermelding gaat naar Rutger Vandeweert met ‘Het Leven Door Mijn ogen’, waarin hij laat zien over een indrukwekkende woordenschat te beschikken. Wel moet hij oppassen dat dat niet omslaat in hoogdravendheid. Voor beiden geldt: blijven schrijven.
Dan, de derde prijs. Die gaat naar een inzending waar de jury even over gevochten heeft. Het is binnen de inzending van Leuven één van de weinige prozainzendingen die stilistisch overtuigend is. Het onderwerp is origineel, goed uitgewerkt, en dusdanig visueel beschreven dat het de lezer het gevoel geeft naar een korte film te kijken. Wel neigt het hier en daar naar flauwigheid, doordat er net iets teveel in herhaald wordt. Toch beloont de jury graag inzendingen die cowboys in het zonnetje zetten. De derde prijs is daarom voor ‘Requiem voor de laatste cowboy’ van Michiel Leen. Gefeliciteerd!
Dan, de tweede prijs. Die is voor een poëzie-inzending waarvan de jury meent dat die het beste tot zijn recht zou komen als het voorgelezen zou worden. De muzikaliteit van de tekst, het onmiskenbare ritme en de originele woordkeus maakten dat de gedichten bij alle juryleden bleven kleven. De woorddichtheid is erg hoog en de hoeveelheid gedichten vragen nogal wat van de lezer, dus daar zou in het vervolg rekening mee gehouden kunnen worden. De jury heeft zich echter niet af laten schrikken, dus de tweede prijs gaat naar Kim Van de Perre met ‘Zwarte dromen’. Gefeliciteerd!
Tot slot, de eerste prijs. Die is voor een inzending vol Vlaamse charme, die met relatieve simpelheid erg doeltreffend is. De thematiek is zwaar, maar de zware onderwerpen lijken terloops gebracht, met lichtheid en luchtigheid zonder dat het leeg wordt. Een inzending ook, waarbij er serieus en goed over de constructie is nagedacht. Zo goed zelfs, dat de jury toch zeker een kwartier besteed heeft aan de vraag of dit misschien plagiaat zou kunnen zijn. De jury is goed van vertrouwen wat het Leuvense talent betreft, en heeft daarom unaniem besloten om de eerste prijs van de Leuvense voorronde van Write Now 2009 uit te reiken aan Veerle Piette voor ‘Mijn broer en ik. Gefeliciteerd!