Veerle Piette
Mijn broer en ik,
wij zijn voor elkaar geboren
alleen was hij een paar minuten vroeger
na negen maanden ruzie
had hij er genoeg van
het waren de eenzaamste minuten die ik van mijn leven gekend heb
we schreeuwden de longen uit onze lijfkes toen we elkaar weer zagen
beloofden elkaar nooit meer zoiets aan te doen
Mijn broer en ik,
we zouden altijd samen zijn
ze zouden desnoods met kettingzagen moeten aankomen
nee, dan nog
dan nog
dat schreeuwden we toen we daar als twee gepelde garnalen ondersteboven tolden
Twee voor de prijs van één
bulderde onze vader
moeder kon er minder goed om lachen
Ik heb al meer van de wereld gezien
wimpelde ge mij soms af
die paar minuten zijn altijd blijven steken
niet tussen ons in
maar achteraan
omdat ik dacht
wij zijn als hetzelfde ontstaan
wij zijn als zo’n blad papier waarbij ge aan de ene kant iets tekent
het dichtplooit
en weer openvouwt
wij zijn twee kanten
en als de ene vroeger begint
zal de andere later ophouden
zo gaat dat
dacht ik
Twee voor de prijs van één
bulderde onze vader
En moeder verdronk in de luiers
---
er was een spel
dat we vroeger speelden
het begon met geluiden boven ons
vliegtuigen in de lucht
ge moest goed horen
want als ge te laat waart
waart ge af
ge moest hard rennen
want als ge te traag waart
waart ge af
ge moest u bukken en u handen op u oren drukken
er was een meisje
ze kende de regels niet
natuurlijk was ze af
haar oren ook
een arm
en een stuk buik
ge moet nooit meespelen als ge de regels niet kent
Het was geen leuk spel
vonden vader en moeder
en toch bleef iedereen maar doordoen
het hele land deed mee
de mannen die ons in vrachtwagens stopten
vroegen veel geld
twee voor de prijs van één?
vroeg onze vader
en moeder pakte onze koffers in
Waar we uitstapten
samen, dat hadden we elkaar ooit beloofd
daar wisten de mensen niks van regels
ook al waren er zoveel geluiden in de lucht
En op een dag vergeet ge dan
u oren te bedekken…
te bukken telkens als er geluiden uit de hemel komen vallen
en zo gaat dat door…
en door…
tot ge wel nog hoort
maar niet meer meespeelt
---
We keken naar een goochelshow
het meisje stond langs de goochelaar en ze had een roze glitterjurkje aan
met twee appelsienen in
ze was heel mooi,
zo mooi dat ze op televisie mocht komen
op televisie zijn er nooit mensen zoals wij,
het glas zou in honderden stukjes springen
dacht ik
niemand wil al die kapotte televisies lijmen
dacht ik
ik weet
dat niemand die kapotte mensen wil lijmen
Ze zeggen: laat die maar liggen, mannen,
die waren vanbinnen toch al gebarsten
begin liever bij de tv’s
die zijn nog van nut
in onze maatschappij
Maar wij zagen hoe de goochelaar het meisje in een kist stopte,
haar met zwaarden in stukjes sneed
en toen alles weer goed maakte
met een knip van zijn vingers
zelfs haar appelsienen zaten nog op hun plek
Mijn broer en ik,
wij gingen mensen weer aaneen plakken
eerst alle stukjes bijeen zoeken
en dan
met onze vingers knippen
Soms kan de wereld zo simpel lijken
Goochelaars,
dat zijn mensen
die de wereld mooier laten lijken dan ze is
Wilt gij niet dat de wereld mooier is?
de mensen
de gedachten die in hun hoofd rondzweven
de grenzen die door gedachten worden getrokken
de bomen die door die grenzen gescheiden worden maar toch precies hetzelfde zijn
de vogels die overal heen kunnen
wanneer ze maar willen
die hun oren niet tegen hun kop hoeven te drukken
die niet hoeven te gaan lopen
maar kunnen vliegen
Goochelaars,
dat zijn mensen
die op de televisie komen
en de wereld zo simpel laten lijken
dat ge denkt dat alles weer goed gaat komen met een vingerknip
het hangt er allemaal vanaf hoe ge het bekijkt
Denk alstublieft niet
dat ik niet heb geprobeerd
ge zei ooit tegen mij
alles kan
als ge de helft kunt zijn van iets wat eigenlijk één is
waarom kan dat dan niet?
Ik heb nog geprobeerd u te maken,
maar ge zijt zo’n puzzeldoos met
1000 stukjes
waarvan ge in het begin al weet dat het nooit
goed
gaat komen
ge moogt zoveel goochelen als ge wilt,
zelfs als ge denkt dat alle stukjes toch nog op hun plaats vallen,
is het laatste spoorloos
en blijft er alleen een gat achter
in uzelf
Het hangt er allemaal vanaf hoe ge het bekijkt
Ik kan niet eens met mijn vingers knippen
--
Olifanten,
broer
zijn de mooiste beesten die ik mij kan inbeelden
Olifanten blijven één jaar in rouw
Olifanten blijven altijd samen,
heel hun leven lang
en als er eentje doodgaat
gaan ze er allemaal rond staan en proberen ze hem terug levend te maken
door hem weer overeind te duwen
natuurlijk lukt dat niet
dat lukt niet broer
ik heb het geprobeerd
Soms wil ik
weg van de wereld
weg van alles
en gewoon weer samen zijn
zoals het geweest is en zou moeten zijn
ik wil even uit iets anders dan mijzelf bestaan
het leven is een kooi waarin we gevangen zitten
ik zit opgesloten in mijn gedachten
en die gedachten zijn altijd bij u
Soms wil ik verdwijnen
en terugkomen als alles voorbij is
en gewoon doorgaan
altijd maar doorgaan
dat is wat iedereen moet en zal
Ge zou u hoofd moeten kunnen wissen
net zoals een computer
delete everything?
yes, please
Dan zou alles zoveel simpeler zijn
Maar dat is het niet
ge blijft u hele leven achter u aan slepen
daarom lopen sommige mensen zo krom
hun hoofd omlaag
en hun armen gekruist
omdat ze zichzelf een eenzame knuffel geven
niemand anders zal dat doen
ze slepen een heleboel koffers mee
bij sommigen is alles netjes geordend
nooit door te vertellen geheimen liggen naast het doosje goede herinneringen
en verkeerde keuzes zorgzaam opgeborgen in een dubbele bodem
maar ook zijn er de mensen die alles zomaar in hun bagage proppen
ze kunnen al die dingen geen plaats geven in hun binnenste
het zijn van die gevallen waarbij ge op u koffer moet gaan springen
om het toch nog dicht te krijgen
en waarbij het voelt alsof de bom elk moment kan ontploffen
als dat gebeurt
dan ligt het overal vol met restjes gebroken harten
stel u voor
een vrouw in een druk station
en opeens wordt de wereld haar te veel
en overal liggen de gedachten voor het rapen
maar de mensen lopen door
en treinen blijven vertrekken
treinen komen aan
ze heeft de hare gemist
ze is te druk bezig stukjes van haar verleden bijeen te zoeken
Op zo’n moment zou ge moeten kunnen weglopen uit uzelf
Op het einde van u leven
zitten die dingen, die koffers propvol
zo vol dat er niks meer bij kan
oude mensen moeten afscheid nemen
van de souvenirs die uit de scheuren druppelen
net zolang tot er alleen een kapot omhulsel overblijft
dat ze achterlaten bij ons
wat heeft het voor zin
die dingen mee te nemen
ze kunnen nog van nut zijn voor ons
om er verdriet in op te bergen
bij ons is het anders
wij zijn twee helften van iets wat eigenlijk één is
dat betekent één zware koffer
en ik sleur nu met bagage voor twee
broer
ge hebt mij een veel te volle helft achtergelaten
want zelfs mijn flesjes tranen kunnen er niet meer bij
olifanten kunnen huilen van verdriet
wist ge dat?
--
Op mijn oogleden staat iets getatoeëerd,
zodat iedere keer als ik mijn ogen sluit
ik het weer voor mij zie
een stil-leven
u fiets die zich nog in bochten had gewrongen
de autobestuurder die zo wit zag als de binnenkant van de ambulance
Hoe vaak ik mijn ogen ook neersla,
de klap komt even hard
en onverwachts aan
Niemand vertelde ons dat
ook hier
een spel
gespeeld wordt
ook hier komen de geluiden uit machines
alleen niet uit de lucht
dat wisten we niet
ook hier moet ge goed horen
alleen helpt het niet veel om u handen tegen u oren te klemmen
dat wist ge niet
en voor ge het wist
waart ge af
De dokters vroegen naar papieren
papieren
dat was ons eerste woord
want dit land is erop gebouwd
dat weten we nu ook
de straten
de ziekenhuizen
de koeien
de mensen
niemand kan zonder
en daarom is er nooit genoeg
zo nooit genoeg
dat ze er al maanden over doen
het juiste velletje te zoeken voor ons
papieren?
stamelde ik
en de dokters keken elkaar aan
--
Sinds ge in het ziekenhuis lag
en het vertikte om
ook maar een centimeter te bewegen
zelfs geen microscopische trilling van u wimpers
en alleen het apparaat dat met biepjes u hart nabootste
verraadde dat ge nog in leven waart
het moment dat ik u daar zo
adembenemend stil
zag liggen
klikte er iets in mijn hoofd
er was iets
dat zei dat
wij ooit iets hadden beloofd
wij zouden altijd samen zijn
wij wilden zoveel
maar we konden niet
we kunnen niet
meer
nu gij hier zo hardnekkig een kamerplant imiteren moet
er sponnen dingen in mijn hoofd
als van een kluwen wol
en alle draadjes zaten in de war
ik dacht
wij zijn als zo’n blad papier waarbij ge aan de ene kant iets tekent
het dichtplooit
en weer openvouwt
wij zijn twee spiegels van elkaar
en als er eentje barst dan ziet ge dat in de ander ook
als eentje scheurt
breekt de ander ook
Opeens viel er een geluid,
het apparaat schreeuwde de ramen aan scherven
dat uw hart het had begeven
maar we hoorden niet
we renden niet
we bukten niet
en we drukten onze handen niet tegen onze oren
we knipten niet met onze vingers
we speelden niet meer mee
wij waren al lang af
wij zijn twee kanten
en als de ene vroeger begint
zal de andere later ophouden
zo gaat dat
twee voor de prijs van één
nog een paar minuten
dacht ik
die wat altijd blijven steken zijn
niet tussen ons in
maar achteraan
zo achteraan als de laatste noot van een muziekstuk
hij sterft langzaam uit
ook al verstarren de handen van de speler al
het einde van een einde is gevangen in een paar minuten
een paar minuten maar
zo gaat dat
toch?
--