Alex Verhoeven

Klinkers

Ontmoet Arnon. Arnon is half kalend. De kale plek op zijn kruin was vorig jaar nog niet zichtbaar. Vandaag zagen al zijn collega’s de kale plek glimmen in het licht van de lentezon. Arnon overweegt te stoppen met roken. Terwijl hij in zijn zilveren stationwagen naar huis rijdt overweegt hij te stoppen met roken zodat hij niet meer buiten hoeft te staan waar iedereen de bleke huid van zijn kruin kan zien. Een aureool van zijn naakte mannelijkheid. Hij gaat het doen. Niet om zijn twee dochters die zijn gele tanden verafschuwen elke keer als hij ze probeert te zoenen, niet om zijn vrouw die elke drie maanden de gelige gordijnen vervangt van de huiskamer, maar om zich niet meer te hoeven schamen op zijn werk. De bank. Zijn collega’s bij de bank zullen uitgerekend nu wel om hem lachen. Om Arnon lachen. Om de kale plek die vanmiddag zo goed zichtbaar was in de warme lentezon. Hij zag het wel in de weerspiegeling van de ruiten van het donkere kantoorgebouw. Iedereen zag het.

Arnon woont een uur rijden van de grote stad. Een uur als je niet in de file terechtkomt, als je niet moet overwerken, maar uitgerekend vandaag heeft iemand zich van het viaduct boven de snelweg waar Arnon elke dag rijdt geworpen. Arnon staat al langer dan een uur in de file, zonder ook maar een meter te zijn opgeschoven, hij kan vanaf hier de enige stoplichten die bij hem in het dorp staan, zien. Hij kan zijn familie niet eens bellen omdat hij zijn mobiele telefoon is vergeten vanochtend, in de haast zijn presentatie op een laptop aan de keukentafel af te ronden, zijn presentatie om de baas, zijn collega’s te imponeren, om te laten zien dat hij méér kan, om te laten zien dat al die marketingcursussen die hij de afgelopen tien jaar heeft gevolgd hem daadwerkelijker competenter hebben gemaakt, in de haast zijn twee dochters naar de basisschool te brengen omdat zijn vrouw alweer last had van koppijn, waarschijnlijk migraine, kon hij zijn mobiele telefoon niet vinden. De presentatie was achteraf niet meer nodig. Een collega van Arnon had de baas met een sprankelend goed idee gebeld en de directeur was al snel overstag gegaan, zonder enige interesse voor wat Arnon hem te vertellen had. Hij kan zijn vrouw nu niet bereiken om haar het slechte nieuws te brengen, te vertellen dat hij te laat voor het avondeten komt, dat ze dit jaar niet op vakantie gaan, dat ze niet op hem hoeven wachten. Zijn vrouw die trouw elke maand vier postcodeloterij loten koopt met de cijfers van de geboortedagen van hem, zijn dochters en haarzelf. Zijn naïeve vrouw. Zijn onwetende vrouw die niet kan koken. Zijn argeloze vrouw die haar schoonheid aan het verliezen is, het enige wat ze had.

Het donkere asfalt onder het rubber van zijn banden verandert van reliëf waardoor zijn stuur begint te trillen en Arnon het gaspedaal omhoog laat komen. De klinkers onder zijn auto verraden dat hij is aangekomen in het kleine dorp waar hij is opgegroeid, waar hij nu woont. Er wonen 154 mensen, 367 koeien, 60 honden en 45 katten en 30 andere dieren in het dorp waar Arnon en zijn gezin wonen. Arnon zou normaalgesproken de klinkers volgen en zes straten verderop zijn auto stil laten vallen in het parkeervak voor zijn huis, maar hij verlaat de hardheid van de stenen voor een zachtere ondergrond van zand. Hij rijdt over een onverharde weg langs de weilanden waar hij vroeger als kind heeft gespeeld. Een stenen brug waar vroeger een rivier stroomde, maar waar je nu eerst door het hoge gras moet stappen voordat je überhaupt water kunt zien. Bruin troebel water vol kikkerdril. Vol plastic, blikken, gebruikte condooms. De stenen brug waar hij vroeger zijn buurmeisje onzedelijk heeft betast.

Hij stopt de auto en dooft de lampen. De lucht boven hem is helder. Hiervoor staat hij dus elke dag in de file, hiervoor is hij niet in de stad gaan wonen. De lucht boven het platteland is zo helder dat je de kleinste sterren van het universum kunt zien, rode dwergen, supernova’s, heldere wolken gas, dierengordels. Nee, Arnon bedenkt zich, het zijn de verste sterren, niet de kleinste. In het zwakke licht van de maan die op een kier staat bukt Arnon zich over de stenen brug, ritst zijn gulp omlaag en luistert naar het kletter van warme urine op bruin troebel water. De stank.

De banden van zijn auto verruilen de kleine gelige korrels voor de bruine klinkers van de Dorpstraat, de halsslagader van zijn dorp. Arnon fantaseert hoe het gewicht van zijn auto zijn dorp van bloed afknelt zodat het langzaam zou afsterven door een tekort aan zuurstof. Hij glimlacht. Hij stelt zich voor hoe het leven uit alle 656 cellen wordt gezogen door het gewicht van een zilveren stationwagen. Zíjn zilveren stationwagen. Hij rijdt drie uur later dan gepland over de klinkers van de Dorpstraat en vraagt zich af wat hij nu moet doen met zijn leven. Heeft hij soms de verkeerde keuzes gemaakt?

Hij rijdt zijn auto in het parkeervak voor zijn huis en kijkt door het glasgordijn naar binnen, er is geen beweging, alleen het veranderende kleurcontrast van het licht van zijn platte tv-scherm. Hij draait de sleutel in het slot en duwt de deur open. Het geluid van de tv. Reclame zo te horen. De geur van een karige maaltijd, zonder liefde maar met karbonade bereid geeft hem het gevoel weer thuis te zijn. Arnon gooit zijn jas over de kapstok, kijkt zichzelf in de spiegel van de overloop en zweert dat hij die kale plek weer ziet schitteren, ondanks dat het hartstikke donker is in de gang. Hij loopt de huiskamer binnen maar ziet niemand op de bank liggen, de stoelen van de keukentafel zijn ook leeg. Er staan drie borden met halfvergeten voedsel op de keukentafel en een bord met een laag verkneukeld aluminiumfolie, kleine heuvels die duiden op iets eetbaars. De tv staat op de lokale zender. De zender waar je zo een hekel aan hebt Arnon. Waarom heeft je gezin de tv juist op die zender laten staan en de huiskamer verlaten? Net wanneer de reclame afloopt en de eerste beelden van een groot feest te zien zijn in een soort van boerderij drukt Arnon de stand-by knop van de afstandsbediening in. Hij gaat alleen aan tafel zitten, trekt het folie van zijn bord, kijkt naar het groenige, het bruinige en het gelige dat netjes verdeeld ligt op het witte porselein, ongetwijfeld spinazie, puree en een karbonade voor zover hij het nog niet in zijn mond heeft gehad. Een hap van de puree is al genoeg om dat gedeelte van zijn bord niet meer te betreden. Een hap van de spinazie is al genoeg om de karbonade te laten staan. Waarom kan ze niets goed doen? Hij besluit om haar te zoeken en haar tenminste één keer uit te schelden. Haar voor hoer uit te schelden, hij ziet wel hoe ze naar de buurman kijkt. Haar in het gezicht te slaan voor de hel waarin ze hem heeft gebracht. Voor haar twee lelijke dochters. Hij wil het elke dag doen. Maar hij kan het niet. Maar vandaag gaat hij haar tenminste voor ‘kutwijf’ uitschelden. Wanneer hij haar ziet zal hij roepen: ‘waarom laat jij mij stront eten kutwijf?’

Maar ze zijn niet thuis. Niemand is in het huis. Hij heeft overal rondgelopen, is zelfs bij de buren geweest, maar ook zij zijn niet thuis. Bij de keukentafel kijkt hij rond naar een teken van hun afwezigheid, er ligt nergens een briefje, niets. Zijn mobiele telefoon kan hij ook al niet vinden en gierig dat hij is, vrezend voor het toekomstige belgedrag van zijn dochters heeft hij de telefoon geblokkeerd om mobiele nummers te kunnen bereiken. Zijn bitterheid en kwaadheid maken plaats voor een soort wanhopige ongerustheid en ergens hoopt Arnon dat ze echt verdwenen zijn en van deze gedachte wordt hij blij en wanhopig. Hij kijkt naar de koelkast op kleine witte notitiebriefjes die hij en zijn gezin gebruiken om dagelijkse activiteiten aan te geven, ze vervolgens met een van de 26 letters van het alfabet op de deur van de koelkast drukken, maar hij ziet alleen de tekeningen van zijn jongste dochter en een wirwar van gekleurde magneetjes, maar Arnon kijkt te gehaast om woorden te kunnen vormen van de kleine magneetletters, omdat hij geen notitiebriefje ziet. Zijn wanhoop groeit en zijn korte blijmoedigheid maakt plaats voor het trouwe gevoel van bitterheid dat hem elke dag achtervolgt, van zijn slaapkamer naar zijn kantoorgebouw, over de bruine klinkers en het zwarte asfalt, en weer terug. De afgelopen tien jaar is zijn wanhoop bijna even groot geworden als zijn bitterheid. Wat een gezin van zeven voelt met uitstekende zwevende botten in een rieten hutje in Afrika, dat voelt Arnon alléén. Zoveel wanhoop en bitterheid in een persoon. Hij zou er eigenlijk iets aan moeten doen, een psycholoog of iets, medicijnen, maar de gedachte alleen al..

Op zijn fiets rijdt Arnon weer over de klinkers op zoek naar een teken van leven, maar ook het huis van zijn zwager is leeg, de voordeur niet eens op slot gedaan, wéér ziet hij dat de tv op de lokale zender staat dus hij maakt zich snel uit de voeten. Zelfs het huis van zijn ouders, het huis van zijn broer, het plaatselijk café, het restaurant, alle zijn ze leeg. Nergens is er een ziel te bekennen, maar de auto’s staan er gewoon, de deuren zijn niet op slot, de tv’s projecteren steeds hetzelfde beeld van een of ander kutfeest in een of andere kutgemeente van zijn kutprovincie. Arnons wanhoop groeit gestaag. Zijn aderen over zijn lichaam zetten zich aan, vooral de ader die zijn kale kruin van bloed voorziet baant zich pulserend een weg door het spier- en vetweefsel van zijn voorhoofd, als een dokter je zou zien dan zou die je hartslag daar aan af kunnen lezen. Zijn wanhoop groeit tot het punt waarop kleine uitzaaiingen in zijn hersenen dreigen te ontstaan. Ontspan je Arnon. Er is een logische verklaring voor dit alles. Ze hebben je niet verlaten. Je hebt ze niet om zeep geholpen met je zilveren stationwagen, met je gekke fantasie. O ja: zoek een dokter, maakt niet uit wat voor een, het liefst eentje met medicijnen. Prozac. Valium. Lithium. Je hebt het nodig. Pijnstillers voor die pijnscheut in je ondermaag. Veeg tenminste je trillende, natte, koude handen af aan je stropdas. De stropdas met een clip-on strop omdat het je allemaal koud laat. Omdat je leven je koud laat. Waarom ook niet weet je? Waarom fiets je niet naar diezelfde viaduct en maak je er een eind aan? Je hebt helemaal geen levensverzekering afgesloten zoals je je vrouw hebt verteld, en hoe vaak heb je hierover gefantaseerd terwijl je langs haar lag? Dat je haar alleen zou achterlaten met de hypotheek, zonder een rooie cent, zonder het geld van een levensverzekering. Ze heeft niet eens een vak geleerd. Niet zoals jij. Ze houdt niet van je Arnon. Niemand houdt van je Arnon. Je zag het al lang aankomen, die afgrond waar je jezelf naar toe hebt gedreven de afgelopen jaren. Je hebt nu zelfs van die avonden waarop je vrouw je niet eens één keer in de ogen aankijkt, waarop je dochters niet eens ‘hallo’ tegen je zeggen als je doodmoe thuiskomt van je werk. Je dochters lijken niet eens op je Arnon. Die lelijke dochters van je. Ze lijken op de buurman.

Wat heb je te verliezen Arnon? Je staat nu op de richel, balanceert jezelf over de betonnen rand van het viaduct terwijl vier meter onder je dikke lijf razendsnel auto’s voorbij komen, sommigen toeterend, anderen hun groot licht even knipperend. Dit is de juiste plek, want zo pak je ook gelijk al die vreselijke automobilisten terug. Je maakt van je eigen probleem hún probleem. Je bezorgt je vrouw haar hel. Ja hier doe je het voor. Een laatste glimlach op Arnon zijn gezicht als hij vooroverhelt, over het dooie punt heen. Eikel die je bent. Als je ook maar de moeite had genomen de gekleurde letters op je koelkast te lezen. En hier val je dan. Dan had je op de deur van je koelkast kunnen lezen dat je nu rijk bent. Je dochters die het een leuk idee vonden om je het nieuws op die manier te brengen, met gekleurde magneetjes op de koelkastdeur. Dat je kan stoppen met die baan van je. Het waren jouw initialen, twee klinkers, de twee letters achter de postcode van het dorp waar je woont, het dorp waar je bent opgegroeid, twee letters die de inwoners in een klap miljonair heeft gemaakt. Hier val je dan. Dan had je kunnen lezen dat je de loterij hebt gewonnen, dat iedereen in de partyzaal, waar je elk jaar carnaval viert, zich momenteel ongeremd aan het uitleven is, dat zelfs de plaatselijke tv-zender een cameraploeg heeft gestuurd om het feest te filmen, de burgemeester die kleine druppels uit een fles champagne over je vrouw, je dochters, je ouders spuit, met een grote witte glimlach onder die witte snor van hem. Hoop maar dat je het overleeft als je hoofd het asfalt raakt.. ook al komt er nu net een vrachtwagen aanrijden.