Yannick Dekeukelaere

Verlaten plastic

Paco sluit de deur van zijn blauwe huis dat eenzaam en verlegen bovenop de heuvel staat. Het eerste wat hij ziet, is het hamburgerrestaurant in het dal. Verder is er niets.
Terwijl hij over de nieuwe weg te voet de heuvel afdaalt, blijft hij de hele tijd naar het hamburgerrestaurant kijken. Tot hij het zeker weet, tot hij kan zeggen: ‘De nacht heeft geen schade aangericht. Alles ziet eruit zoals ik het gisteren heb achtergelaten.’
Sommige nachten zijn zo koud dat Paco de slaap niet kan vatten. Dan stookt hij een vuurtje, kookt water, wikkelt zich in dekens en zet zich voor het huis om met zijn blik gericht op het verlichte logo van het restaurant te luisteren naar het huilen van de wind. Het lijkt dan alsof hij op een doods strand naar het schommelen van de zee kijkt. Een zee waarin het logo als een boei in het duister drijft.
De voorbije nacht heeft Paco in één keer doorgeslapen. Daarom is hij opgelucht te zien dat er niets is veranderd. De parking ligt er proper bij. De speeltuigen staan recht en de drie tafeltjes voor klanten die graag buiten eten, tellen elk nog steeds vier stoelen.
Nadat hij het alarm in de hal heeft uitgezet, groet Paco zijn werkplek: ‘Dag hamburgerrestaurant.’
De stilte die volgt, voelt aan als liefde. Over enkele minuten zullen hiphoppers op de plasmaschermen aan de muur hun horloge heen en weer zwaaien, maar nu zijn de werknemer en het hamburgerrestaurant nog eventjes alleen.
Paco legt de mat voor de elektronische schuifdeur gelijk met de lijnen van de vloertegels. Hij vraagt zich af of hij vandaag een klant zal ontvangen. Misschien zal hij eens twee klanten ontvangen. Een koppel. Een ouder en een kind. Een vrachtwagenbestuurder en een lifter. Een lifter die de nieuwe weg heeft gekozen om van het lege binnenland naar een stad te reizen.
Het eerste jaar verwelkomde Paco elke dag klanten. De wegenarbeiders die de oude weg met asfalt bestraatten, aten ’s middags in het nieuwe hamburgerrestaurant. In het begin bestelden ze de goedkoopste hamburgers. Na een tijdje kochten ze enkel cola en nuttigden ze daarbij hun eigen lunchpakket. Op het einde werd het hamburgerrestaurant een refter.
Bij de toonbank hangt naast het menu en de prijslijst een landkaart waarop alle hamburgerrestaurants van de keten zijn aangeduid. Langs de kustlijn verdringen de logo’s van de keten elkaar. De hoofdstad wordt omringd door vijf vestigingen. Eén logo ligt verloren in een afgelegen provincie, als een baken voor de zonderlinge stedeling die zijn familie op het platteland gaat bezoeken. Naast dat logo heeft Paco een huisje getekend.

Nadat de oude weg de nieuwe weg was geworden, vertrokken de arbeiders. Paco was zich aan hun aanwezigheid gaan hechten. Hij stelde ze op prijs zoals hij een thermos die hij jaren gebruikte op prijs kon stellen. In de heuvels is affectie de comparatief van gewenning. Je houdt van de oude weg totdat die vervangen wordt. Vervolgens hou je van de nieuwe weg.
Nadat de wegenarbeiders vertrokken waren, werd de refter weer een hamburgerrestaurant.

Zoals elke ochtend haalt de werknemer frietjes, een hamburger en een broodje uit de vrieskamer. Vroeger legde hij meer etenswaren uit, maar sinds duidelijk is dat niemand over de nieuwe weg reist, ontdooit hij een minimum aan voedsel. Meestal pakt hij na sluitingstijd de overblijfsels in, betaalt ze en neemt ze mee naar zijn huis bovenop de heuvel. Daar eet hij dan de frietjes met de hamburger en kijkt hij naar het dal. Hij is zijn beste klant, want verder is er niemand.
Paco zet de televisie op de muziekzender. Er speelt een lied dat hij enkele keren per dag hoort. Terwijl hij met een rode schoonmaakdoek over de toonbank gaat, probeert hij in zijn hoofd mee te zingen, maar de tekst ontsnapt hem.
Wat een geluk dat zingen niet belangrijk is. In het handboek voor het personeel staat niet: ‘Een klant waarvoor mooi gezongen wordt, is een tevreden klant.’ Er staat: ‘Een klant die vlot bediend wordt, is een tevreden klant.’
Elke dag is Paco voorbereid op het tevreden stellen van een klant. De bediening zal voortreffelijk zijn, ook vandaag. Voor de muziek zullen de plasmaschermen wel zorgen.
Nadat hij overal heeft gekuist – de toonbank met een rode schoonmaakdoek, de tafels met een groene en de keuken met een gele – besluit de werknemer bij wijze van oefening optie twee van het menu klaar te maken. Hij bereidt het vlees op de bakplaat, verwarmt de broodjes en opent een zakje met sla. Wanneer het verse frietvet opgewarmd is, bakt hij de dunne frietjes. Op een plastic dienblad dat reclame maakt voor het volgende wereldkampioenschap voetbal, zet hij een kartonnen potje met saus en legt hij twee servetjes. Omdat de meeste mensen cola drinken, wordt die drank bij de maaltijd geserveerd. Het resultaat zet Paco neer op de toonbank. ‘Dat hebben we goed gedaan,’ zegt hij tevreden.
Vanaf de parking kijkt Paco om zich heen. Rechts klimt de nieuwe weg tot aan het huis en verdwijnt vervolgens over de heuvel. Links gaat de nieuwe weg nog wat dieper het dal in, om dan naïef de horizon achterna te jagen. Binnen wacht een tedere maaltijd op een klant, maar de heuvel en de vlakte zijn door iedereen vergeten.
Enkel in de nacht komt er bezoek. Dan huilt de wind over de vallei. ’s Nacht klinkt de vallei als de wieg van een ontroostbaar kind.

Paco overweegt de lampen van het hamburgerrestaurant uit te schakelen. Hij besluit nog vijf minuten te wachten. Misschien komt er nog een klant. Misschien twee.
De maaltijd die als oefening werd bereid, staat al de hele dag op de toonbank. Paco stopt het eten in een papieren zak en rekent aan de kassa bij zichzelf af.
Nu dooft hij toch het licht en schakelt hij de plasmaschermen uit. Vandaag worden er geen klanten meer ontvangen. Vanonder de toonbank haalt Paco een grote blauwe plastic zak: een vuilniszak voor in de afvalbak op de parking. Een overbodige afvalbak op een nutteloze parking. De wind vervuilt niet en de werknemer komt niet met de wagen.
Met zijn oefenmaaltijd in de hand loopt Paco naar het halletje om het alarm weer aan te zetten. De schuifdeur waarop stickers van betaalkaarten kleven, sluit automatisch achter hem.
De vuilniszak en in mindere mate de papieren zak wapperen in zijn handen. Enkele balletjes die uit het ballenbad zijn ontsnapt, rollen over de parking.
Bij het openen van de afvalbak verdwijnt de zon achter de heuvel en raast de wind door de vallei. De oude vuilniszak die uit de afvalbak wordt gehaald, weegt meer dan gewoonlijk. Hij weegt meer dan niets. Paco probeert zich het gewicht van een storm voor te stellen. Hij denkt aan een storm als aan een kind dat ontroostbaar is. Een kind dat voelt dat het wordt achtergelaten.
De werknemer vervangt de grote plastic zakken en sluit de afvalbak. Met de oefenmaaltijd in de ene hand en de gevulde vuilniszak in de andere wandelt hij over de nieuwe weg weer naar zijn huis op de heuvel.
De vuilniszak schokt op-en-neer. Hoe dichter Paco bij het huis komt, hoe ondraaglijker het huilen van de wind wordt. De wind slaat en schopt hem en hij heeft moeite om de maaltijd en het afval vast te houden. Hij mag niet loslaten. Het bewijs dat zwerfvuil niet vergaat, dat is Paco.
Bovenop de heuvel staat het huis met muren en een dak van blauwe vuilniszakken. De werknemer knoopt de deur aan de voorkant los, waardoor ze in het rond gaat wapperen. In het midden van het huis legt hij zijn maaltijd. De vuilniszak gooit hij in een hoek. Het gehuil neemt nog toe. Het dringt door de muren van het plastic huis.
Paco kijkt uit over de vallei. Het enige wat hij in het donker nog kan zien, is het logo van het hamburgerrestaurant. Misschien zal hij morgen een klant ontvangen.