Robert Keder

De Gelukkige Dronkaard

Op een doorsnee vrijdagavond, met als uitzondering dat mijn avond tot op dit punt verre van doorsnee was geweest en dat het, technisch gesproken, eigenlijk al een vroege zaterdagmorgen was, bevond ik mij op een kruk aan de bar van een grauwe kroeg. Ik was al geruime tijd bezig om de zorgen die mij op dat moment plaagden tijdelijk te vervangen door de inhoud van mijn glas, toen ik plots de man op de kruk naast mij in de gaten kreeg. Hij was me nog niet eerder opgevallen, maar aan zijn toestand te zien zat hij er al een flinke tijd en had hij al een paar glaasjes meer op dan aan te raden is voor mensen met slechts één lever.

Ik observeerde zijn gezicht. Het was al een wat oudere man, maar verre van het type dat een mens op dit uur in een dergelijke locatie zou verwachten. Hij had een prominente kaaklijn en een gezonde haardos, die heel flatteus vergrijsde. Toen hij mijn observerende blik doorkreeg draaide hij zich richting mij, zichzelf ondersteunend met een elleboog op de bar. In zijn ogen zag ik wanhoop en een pijnlijke verwarring. Ik wist op dit moment niets anders van deze man dan de bijna lege fles Ierse Whiskey en zijn donkerrode maatpak, maar het was me vrij snel duidelijk dat iets hem van binnen op aan het vreten moest zijn.

“Wil je weten waarom ik hier zit?” vroeg hij mij plotseling, alsof hij de gedachte die zich nog niet eens had uitgesproken in mijn hoofd had onderschept. Compleet overvallen door zijn vraag kon ik niet anders dan bevestigend knikken. De man nam nog een flinke slok Whiskey en begon toen te vertellen.
“Je bent vast bekend met de geplaagde middernachtsmannen, de getormenteerde zielen die hun zorgen en misère verdoven met drank, zodat ze in hun alcoholroes tenminste aan een halve nacht slaap toekomen… Daar hoor ik niet bij. Al mijn hele leven lang heb ik niets anders dan geluk. Ik heb niet één tragedie om over te klagen. Niet één demon die mij al jaren achtervolgt en die ik maar niet kwijtraak! Als jongen kreeg ik van mijn gelukkig getrouwde ouders niets anders dan liefde en toewijding, in balans met rechtvaardige disciplinering. Niet één familielid of kennis heeft mij ooit mishandeld of benadeeld! Op school kon ik altijd goed meedraaien met de lessen, maar had ik ook een respectabele groep vrienden die stuk voor stuk allemaal te vertrouwen waren. Nooit ben ik gepest door een jaloerse klasgenoot! Nooit heeft een van hen achter mijn rug om over mij gepraat, of mij laten vallen als het er echt op aankwam.
O, hoe ik in goede gezondheid mijn opleiding afmaakte en een goedbetaalde baan kreeg, die mij tot aan de dag van vandaag ook nog eens intellectueel en artistiek uitdaagt en bevredigt! Hoe ik in de eerste jaren dat ik deze baan had de wereld heb kunnen zien en van alle mogelijke geneugten heb mogen proeven… En hoe ik uiteindelijk met een intelligente en ontzettend mooie vrouw trouwde, hoe wij twee gezonde kinderen kregen en nog steeds een gelukkige familie zijn!”

Opeens hield hij op met praten en draaide zich weer naar zijn glas. Hij liet de inhoud ronddraaien, alsof hij aan het wachten was tot deze tegen hem zou beginnen te praten. Plots besefte ik dat mijn blaas op knappen stond en deze nodig gelucht moest worden. Zou de mysterieuze man dit door hebben gehad? Ik stond op en zei: “Wil je deze plek bezet houden? Ik moet even weg maar wil zo meteen de rest graag horen!”
De barman keek op van het glazen poetsen en zei: “Maak je geen zorgen, ik denk niet dat er nog veel mensen op je plaatsje azen.” De dronkaard was nog steeds gefixeerd op de ronddraaiende, gemoute granen in zijn glas.
Ik opende de deur naar de toiletten en waggelde richting de verlossing. Na een flinke portie vergif weg te hebben laten lopen waste ik mijn handen en bekeek ik mezelf in de spiegel. Ik dacht na over het verhaal dat ik met open mond had aangehoord en vroeg me af of het echt mogelijk was om zo gelukkig te zijn. Zo gelukkig dat je er ongelukkig van wordt? Men had altijd medelijden met mij gehad vanwege de dingen die ik meemaakte, terwijl ik deze dingen zelf altijd probeerde te relativeren en er het beste van te maken. Het kan altijd erger, hield ik mezelf voor. Maar voor mijn drinkpartner ging die vlieger niet op. Tenminste, niet op de manier waarop deze vlieger voor mij opgaat.
Plots werd ik razend benieuwd naar hoe deze man dacht over politiek, over godsdienst, over zaken die mij ook bezighielden maar waar ik me maar geen heldere mening over kon vormen. Zijn ongebruikelijke perspectief was misschien net de insteek die ik nodig had!
Ik opende de deur en besefte dat mijn lichaam toch flink was gaan lijden onder de drank, terwijl mijn geest nog vrij helder was. Ik zag de dingen opeens veel zuiverder dan gewoonlijk en besefte dat ik deze kans moest benutten om de Whiskeydrinker te ondervragen. Wie weet kwam ik nooit meer zo iemand tegen!

Mijn barkruk was nog even leeg als hoe ik hem gelaten had, net als mijn drinkglas op de bar waar nog wat Apfelkorn in zat.
Wat een ironie, dat ik mijn bittere problemen van de avond probeerde te verdrinken met zoet vergif.
Op de kruk aan mijn linkerkant was een bleke man, gekleed in een lange zwarte jas gaan zitten. Hij leek geen interesse te hebben gehad om met mijn gesprekspartner te praten en was met een vulpen op een kladblok aan het krassen.
Ik nam weer plaats aan de bar, dronk mijn glas leeg en liet het nog eens vullen. De ongelukkig gelukkige man was nog steeds gefixeerd op de inhoud van zijn glas, al had hij er wel nog wat uit gedronken.

“Met mijn werk heb ik ontelbare mensen gelukkig gemaakt en ben ik ontzettend rijk geworden, maar ondanks mijn pogingen werd ik tóch niet arrogant. Al het geld dat ik niet nodig had heb ik weggegeven aan mensen die het beter konden gebruiken. Al mijn wanhopige pogingen tot zelfsabotage zijn mislukt. Ik wilde niet compleet gelukkig zijn, want een persoon die alles bereikt heeft kan alleen nog maar voldaan wachten tot het voorbij is. Al mijn slechte daden bleken uiteindelijk alleen maar positieve uitwerkingen te hebben en nog veel meer mensen gelukkig te maken.
Ik ben maar opgehouden met het proberen te begrijpen en in plaats daarvan mijn zorgen gaan verdrinken in de Whiskey… maar NOOIT heb ik een kater! Daarnaast heb ik ook nooit een kwade dronk waarmee ik vervolgens mensen kwaad doe, en op de een of andere manier word ik alleen maar slimmer met elk gl…”
Voordat hij zijn zin kon afmaken viel hij stijl achterover de barkruk af. Ik sprong van de mijne en hurkte naast de gevallen man. Ik probeerde zijn pols te voelen. Geen hartslag. Deze man was dood!
“Barman! Deze man heeft geen hartslag meer! Bel alstublieft zijn vrouw!”
“Waar heb je het over?” Antwoordde de barman. “Er ligt daar niemand!”

Hij had gelijk. Er lag daar niemand.