Johanneke ter Stege

Moeder

Later dringt
Later dwingt
Praten lukt niet
Niet met haar
Zij wil me klein en rustig houden
Ze begrijpt mijn harde groeien niet

Later dringt
Later dwingt
Later schreeuwt het uit
Hier is het eind van haar geduld
Ik kan niet terug en zwijgen maakt schuld

Nu ben ik te oud om in sprookjes te geloven

 
----

 
Ik wil het beest in mij doden,
Het beest in mij moet dood
Het liefst zet ik hem op water en brood,
Maar dan raakt mijn lichaam uitgehold
Vermoord ik hem, dan sterf ik mee

 
----

 
Ik wil niet dat je doodgaat en dat we samen sterven
Ik wil niet dat het ophoudt, het moet voor altijd blijven
Ik wil niet dat we slapen, we moeten wakker zijn
Ik wil nog zoveel zeggen, je weet nog niets van mij
We moeten verder praten, er is nog zoveel meer
Nog zoveel te vertellen, door woorden te versnellen
Leer mij je denken kennen
 

----


Is de kleine grote jongen van zijn driewieler gevallen,
wordt de baas nu toch wel boos, gaan er rake klappen vallen
Blijft geen enkel kind gespaard, zijn karakter blijft zijn aard
Vallen mensen op de grond, hardop jankend, zwaargewond
is de man meedogenloos, veegt hij peuters bij elkaar
Allen in een krappe doos; zij met hem en hij met haar
Worden kinderen gewurgd door zijn sterke mannenhand,
is het kwaad allang geschied, helpt geen pleister of verband
Stik je in de kleffe brij, vechten mannen zij aan zij,
loopt de zooi daar in de soep, klinkt er hulpeloos geroep
in een lange zwarte gang, hoor je schuifelend gemompel,
maakt het duister je wat bang

 
----

 
We hijgen in ons ritme
dwars de lucht en ruimte door
Ik zal je laten smelten
van achter en van voor

Wanneer dan met zijn rode hoofd
de koning ons ontwijkt,
volgt onze blik de zijne
tot de climax is bereikt

Dan zeggen we:
‘Och koning, u ziet een beetje bleek,
doe maar niet schijnheilig,
we weten dat u keek’

 
----
 

Til me op, houd me hoog
Stil mijn tranen, wrijf ze droog
Noem me jong, noem me gek
Heb me lief, kus mijn nek
Noem me storm, noem me zee
Maak me wild, voer me mee
Daag me uit, kleed me aan
Laat me lopen
Leer me staan
 

----


Als een wilde maniak
Als een bang, aanpassend kind
Als een inhoudsloze doos

Ben ik iedereen geweest
Heb ik elke rol gespeeld
Was ik steeds maar minder mij

Kwam ik verder van mezelf
Kwam ik verder dan verdriet
Overwon ik vele malen
de demonen in mijn hoofd

 

Jaren heb ik volgehouden
Tot de duizelingen stopten
Tot ze stopten met geschreeuw

Tot de stilte mij omringde
tot de duisternis verdween
en ik mezelf mocht zijn