Marisa De Picker: Antwerpen
Marisa De Picker – winnaar Write Now! Antwerpen 2009, 2e plaats 2011
In de lente van 1991 werd Marisa De Picker geboren in Antwerpen. Al van kindsbeen af heeft ze een passie voor schrijven. Terwijl haar klasgenoten zuchtten bij het horen van het woord ‘opstel’, pende zij vrolijk haar blad vol. Als alles goed gaat, behaalt ze dit jaar haar Bachelor in de geschiedenis aan de Universiteit Antwerpen. Al voor ze aan die studie begon, speelden haar verhalen zich vaak af in een historische context. Actuele thema’s gaat ze evenmin uit de weg. Ze heeft een voorliefde voor beeldend taalgebruik en klankspelingen.
10 april 2012
Een einde en een begin
Nu de inzenddatum achter ons ligt, is het schrijfwerk even voorbij. So what comes next?
De prijsuitreiking en het finaleweekend (met nog een uitreiking). Met wat geluk krijg je de kans om op beide aanwezig te zijn. Ik duim alvast voor je. Zelf vond ik de voorrondes het spannendst, misschien omdat de kans om te winnen statistisch kleiner was. Met een bang hart nam ik plaats op de tribune. Ik nam me voor om gewoon van de avond te genieten. Het klinkt wellicht vreemd, maar ik geloof dat als je weinig verwacht er ook weinig teleurstelling zal zijn. Ook denk ik dat teveel hopen ongeluk brengt. De avond begon met een romanvoordracht. Tijdens het luisteren, bedacht ik me plots dat ik mijn eigen inzending nooit zo vlot en boeiend zou kunnen voorlezen. Even wilde ik niet meer winnen, of in ieder geval geen eerste plaats behalen. Een animatiefilm volgde. Vraag me niet meer waarover die juist ging. De beelden vlogen voorbij mijn ogen, maar ik kon mijn aandacht er niet bij houden. Stiekem droomde ik toch van een prijs. Van een stoel op dat podium waarop mijn blik onafgebroken gericht was. Het zou hypocriet zijn om te beweren dat het niet zo was. Aan een wedstrijd doe je altijd mee om te winnen, anders zou het geen wedstrijd zijn.
Daarna was er een gitaaroptreden. Met elke noot leek de spanning in het publiek toe te nemen. Er heerste een drukkende stilte toen de muziek wegstierf. Dan stapte de juryvoorzitster naar de houten katheder. Ik ging onbewust op het puntje van mijn stoel zitten. Haar hakken tikten op de vloer, het was tijd voor de bekendmaking van de prijswinnaars. De inleiding klonk plechtig, maar was toch grappig. Mijn zenuwen vielen zelfs even weg. De monologen van de juryvoorzitters zijn altijd geweldig om naar te luisteren. Als je twijfelt om naar de prijsuitreiking te komen, hier heb je alvast een reden om wel te gaan. Mocht je die avond verhinderd zijn, dan kan je het rapport op de website nalezen, al verliest een monoloog in geschreven vorm natuurlijk aan kracht. Plots viel de eerste naam, het was niet de mijne. Ik was teleurgesteld. Het kwam niet in me op om ook blij te zijn. Ik maakte immers nog kans op de tweede of eerste prijs. De tweede naam weergalmde door de zaal en mijn hoop verdween. Dan viel de laatste naam. Ik viel bijna van mijn stoel, logisch als je op de rand gaat zitten. Ik besefte maar half wat er gebeurde. Mijn voeten liepen naar het podium, waar een micro onder mijn neus werd geduwd. Auteurs worden verondersteld goed overweg te kunnen met woorden, maar toch stond ik met mijn mond vol tanden. Op de terugweg in de auto kon ik echter honderden antwoorden bedenken, te laat natuurlijk. Een tip: bedenk op de heenreis naar de uitreiking wat je indien nodig over jezelf en je verhaal zou willen zeggen. Zo vermijd je pijnlijke stiltes. Ik heb te snel voorgelezen. Na een halve bladzijde was mijn stem al vermoeid. Ik had meer woordpauzes moeten nemen om te ademen. Toch las ik dapper door. Een applaus volgde. De prijsuitreiking was ten einde en de finalestrijd gestart. Dit was het begin van een nieuw verhaal.
19 maart 2012
Schrijfseizoenen
Over twee dagen is de winter officieel voorbij. In boekhandels is het echter al langer lente. Zij kennen alleen voorjaars- en najaarsboeken. Er heerst daar een klimaat zonder zomer en winter. Kiezen uitgevers strategisch voor twee literaire seizoenen? Of heeft deze keuze ook met het schrijfgedrag van auteurs te maken? Bij de meeste auteurs zou de herfst een succesvol schrijfseizoen zijn. De nazomer blijkt daarentegen minder productief. Ook voor mij is de zomer een kalme periode. Stilte voor de woordenstorm?
Tijdens de zomer verzamel ik vooral ideeën. Op een duintop laat ik gedachten door mijn hoofd waaien. Er zijn mensen die de drukte opzoeken om een verhaal te vinden, ik niet. In de verte lopen strandgangers langs de waterlijn, ik weet dat ze er zijn, maar zie ze niet echt. Toch heb ik oog voor elk detail, de kracht van een verhaal ligt soms in kleine dingen. Dit maakt schrijven erg vermoeiend, vind ik. Als er een prille vertelling in je hoofd groeit, loop je nergens meer achteloos voorbij.
Gelukkig ben ik hier tijdens het schrijven minder mee bezig. Ik beschrijf zelden het seizoen dat op dat ogenblik buiten heerst. Hierdoor wordt schrijven wel een grotere uitdaging; ik kan niet louter vertellen wat ik zie. Bovendien zou het eentonig worden om telkens herfst- en wintertaferelen te schetsen. Ik zet mijn verhalen op papier tijdens zonloze maanden, want een laptopscherm is niet bestand tegen de blakende zomerzon. Ook kom ik tijdens een drukke zomervakantie amper aan schrijven toe. Of misschien heb ik gewoon geen zin? Hoe mooier het weer, hoe triester ik voor mijn papier zit. Schrijven lijkt dan haast een straf, niemand anders hoeft te piekeren over zinsconstructies of woordkeuzes. ‘s Zomers maakt schrijven me eenzaam.
Tijdens de winter werkt het weer wel productief. Ik blijf gemakkelijker aan mijn laptop gekluisterd; het is te koud om naar buiten te gaan. Ook is het vroeg donker, waardoor mijn schrijftijd langer wordt. Ik ben een avondschrijfster en mijn avond begint als de zon ondergaat. De winter houdt echter ook een gevaar in, ik verval sneller in dramatiek. De bomen zijn kaal, het regent pijpenstelen en de wereld ziet er plots veel grijzer uit. De lente brengt redding. Vrolijke ingevingen schieten als krokussen uit de grond.
Ik ben benieuwd naar wat de lente brengen zal.
5 maart 2012
Gouden Uilen, vlieg uit!
Hoopvol zat ik vorige maandagavond aan het televisiescherm gekluisterd toen juryvoorzitster Phara de Aguirre de shortlist voor de Gouden Boekenuil afriep. Al vond ik een Write-Now!-prijsuitreiking nog net iets zenuwslopender. Dit jaar kreeg de prijs een nieuwe naam, hoewel het voor iedereen wel duidelijk was dat je hem met een roman kan verdienen, neem ik aan. Samen met de vroegere Gouden Uil verdween ook de literatuurprijs voor jeugdboeken. Wie mijn vorige column las, zal begrijpen dat ik dit een groot verlies vind voor de literaire wereld.
De bekendmaking eindigde voor mij nog met twee andere teleurstellingen. Allereerst was er slechts één Belg bij de vijf genomineerden voor een Vlaamse boekenprijs. Dimitri Verhulst, voor wie de voorbije week van de aardbol verdween. Ironisch genoeg was zijn monoloog aanvankelijk niet in Vlaanderen te koop, omdat het een boekengeschenk was van de Nederlandse supermarkt de Bijenkorf. Het boek heeft via promotiestunts in ieder geval zeer veel lezers kunnen bereiken in binnen- en buitenland, een niet onbelangrijke troef bij de selectie. De Gouden Boekenuil – ik kan maar niet aan de naam wennen – gaat immers op zoek naar het beste Nederlandstalige werk, dat liefst in het volledige gebied lovend werd onthaald. Ook een Write-Now!-inzending moet in zekere mate universeel zijn om te kunnen aanslaan bij een veelzijdig publiek uit verschillende landen, denk ik. Tegelijk moet je origineel blijven en over een concrete situatie schrijven, wat resulteert in een moeilijke evenwichtsoefening.
Mijn tweede teleurstelling was een vrouwenloze top vijf. Ook de longlist kende een onevenwichtige man-vrouwverhouding. Gelukkig hebben de lezers- en vakjury elk een voorzitster, een mooie troostprijs?
Schrijven vrouwen minder of fundamenteel anders dan mannen? Is schrijven clandestien nog steeds een mannenvak? In de middeleeuwen waren vrouwelijke auteurs een unicum, het aantal gekende toch. Tot diep in de negentiende eeuw publiceerden vrouwen onder een mannelijk pseudoniem uit angst niet serieus te worden genomen. Sommige werken bleven invloedrijk tot op heden en de mannelijke auteursnaam was slechts gedurende een korte periode de reden van hun succes. Toch verbindt men schrijvers ook vandaag gemakkelijker met serieuze en gezaghebbende literatuur. Na eeuwenlange overlevering zijn genderstereotiepen nog steeds in onze opvattingen aanwezig. Onbewuster, maar dat lijkt me juist gevaarlijker, ze zijn zo moeilijker uit te bannen.
Aan de nieuwe auteursgeneratie om de strijd voor te zetten. Dit is niet alleen een oproep aan de schrijfsters onder ons. Write Now! is een ideale springplank naar het podium van de Gouden Boekenuil – die dan hopelijk anders zal heten – over twintig jaar. Maar eerst de prijsuitreikingen van de voorrondes en de finale nog. Dan komt de kat op de koord en zal blijken welke evenwichtsoefeningen geslaagd zijn.
Toekomstige Gouden Uilen, vlieg uit!
15 februari 2012
Jeugdliteratuur voor volwassenen?
“Als je vijftien bent, lees je geen jeugdboeken meer. Dan is het tijd om échte romans voor volwassenen open te slaan.”, verkondigde mijn lerares Nederlands in het vierde middelbaar. Plots wilde ik niet meer volwassen worden, een nieuwe literatuurwereld ging open, maar ik wilde de deur naar mijn leesherinneringen nog niet definitief sluiten.
Sinds de doorbraak van Harry Potter en Lord of the Rings is de scheiding tussen jeugd- en volwassenenliteratuur vager geworden. De wankele grens blijft het resultaat van praktische conventies die het taboe in stand houden en heeft weinig te maken met inhoudelijke kwaliteit. Bibliotheken creëren bijvoorbeeld afdelingen op verschillende verdiepingen. Op elk kinderboek staat de doelleeftijd vermeld, terwijl “het serieuze werk” geen sticker met “18+” bevat. Als je kinderboeken ontleent, hoor je die op de lidkaarten van je kroost te plaatsen, eenmaal thuis mag je grijpen naar hun “verboden” leesvoer. ’s Ochtends in de trein hoor je echter een dikke klepper bij je te hebben, die veel te zwaar is om mee te zeulen en jouw slaperige ogen op de proef stelt met te kleine lettertjes. Medereizigers mogen toch niet denken dat je een jeugdboek vasthebt? Anderzijds zijn critici vol lof voor kinderboeken die ook andere leeftijdsgroepen aanspreken en er bestaan leesclubs die deze lectuur bewust uitkiezen.
De doelgroep is niet relevant voor de literaire kwaliteit, net zoals de leeftijd van de auteur. Dit is een principe waaraan ook Write Now! trouw blijft in tegenstelling tot vele andere schrijfwedstrijden. Er is geen onderscheid tussen minder- en meerderjarigen. De leeftijd telt wel mee bij de individuele beoordeling. Bij elke leeftijd past een andere belevingswereld, al komen jongeren al vroeg in contact met kwesties die hierbuiten staan via reality-tv en internet. Jeugdboeken krijgen het verwijt te weinig bij de volwassenenwereld aan te sluiten, waardoor een oudere lezer weinig eigen inbreng heeft. Of is dit te wijten aan te weinig fantasie? Wat taalrijkdom betreft moet jeugdliteratuur alvast niet onderdoen.
“Hoe kan jeugdliteratuur nog helpen bij het schrijven van eigen creaties?”, vroeg ik me af. Ik nam zelf de proef op de som. Vol nostalgie herlas ik Jan Terlouw, Paul Kustermans, Bart Moeyaert en vele anderen. Hoewel ze vaak serieuze thema’s aankaartten, waren deze luchtiger en ludieker uitgewerkt dan in de doorsnee volwassenenroman. Als je prozatekst te ernstig en dramatisch uitvalt, loont het dus de moeite om een jeugdfavoriet van onder het stof te halen. Je kan misschien nieuwe ideeën opdoen? Ook behandelden deze meer dagdagelijkse onderwerpen, waarvoor het moeilijker is om een originele invalshoek te vinden. Het gevoel tijdens het lezen primeerde tegenover plotwendingen, het verhaal kende ik al. Ik leerde weer op een andere manier lezen.
Haal dus zonder schaamte je lievelingsboeken van de zolder of plunder een bibliotheek – neem wel een juiste lidkaart mee – en herbeleef je favoriete leesmomenten.
Maar laat me nu even verderlezen, Broere van Bart Moeyaert is bijna uit.
2 februari 2012
Van baby tot bestseller
'Het schrijven van een meesterwerk begint in de wieg.'
In alles wat je schrijft is je eigen jeugd impliciet aanwezig. Je schrijft wie je was en wie je bent. Vanuit deze invalshoek beschrijf ik in deze column de geboorte van een auteur. Misschien klinkt dit schrijversverhaal wel herkenbaar:
Rond negen maanden brabbelde je je eerste woorden. Je vertrouwde je knuffels en speelgoed fantasieverhalen toe, die alleen zij konden begrijpen. Ouders niet toegelaten. Alleen uit je intonatie konden anderen afleiden wanneer er iets spannends gebeurde; of je koos voor een happy-end. Daarna volgden zinnen, met evenveel woorden als je levensjaren telde. Duidelijke one-liners, een taalvorm waarvoor toplui tegenwoordig een resem speechschrijvers inhuren. De zinsbouw werd complexer, taal stimuleert immers het denkvermogen. Korte verhalen ontstonden, bestaande uit een onsamenhangende opeenvolging van gebeurtenissen die moeilijk te volgen was. Een typische beginnersfout van schrijvers, daar zou je wel uitgroeien zodra je een besef van tijd kreeg.
Plaatjesboeken met ezelsoren en afgezabberde hoeken vulden je slaapkamer. Je verslond ze bladzijde na bladzijde, tot je elke verhaalwending in je hoofd had geprent. Het geheim van schrijven is immers veel lezen, dat had je toen al door. Alleen kon je dat nog niet zelf. Met een boekenstapel die tot aan je kin reikte, leurde je bij alle volwassen familieleden, die je liet voorlezen tot ze hun stem kwijt waren. Soms probeerden ze de verhalen stiekem in te korten, maar dat was buiten jouw geheugen gerekend. Opgelucht prezen ze je dan ook te over toen je eindelijk zelf leerde lezen.
Met een onvaste hand trachtte je daarna het schriftbeeld te kopiëren. Schoon schrift kon je gestolen worden, het maakte je niet uit tussen welke lijntjes de letters stonden, maar wel wát deze hadden gecreëerd. Terwijl bij je medeleerlingen het angstzweet uitbrak bij het horen van het woord opstel, zag jij je kans om je creativiteit bot te vieren. Aan het einde van je lagere schooltijd dook de vraag op om deel te nemen aan een schrijfwedstrijd. Geïntimideerd door de overvloedige publiciteit, beoordeelde je de kansen van je eigen schrijfpoging. Je vouwde de inzending in een envelop en deponeerde hem in de postbus.
Je ging speciaal terug als deze werd geleegd om er zeker van te zijn dat je prachtwerk niet verloren zou gaan.
Vele lege balpennen en schrijfwedstrijden met wisselend succes later, sta je voor een nieuwe uitdaging: Write Now! 2012. Hoewel je na al die jaren heel wat schrijfervaring hebt opgedaan en al aan een roman bent begonnen, voel je je nog steeds wat onwennig. Tijdens het schrijven ebt dit gevoel langzaam weg en je bent verwonderd over het resultaat. Of het goed genoeg is, zal de prijsuitreiking in mei moeten uitwijzen. Intussen wacht je in spanning af, gelukkig is het haast routine geworden. Maar dromen van de overwinning, dat wil je nooit gewoon worden.
4 januari 2012
Deze column heb ik niet zelf geschreven. Begrijp me niet verkeerd, de tekst is wel degelijk het resultaat van mijn eigen hersenspinsels. Ik geef je dus geen argument om de inhoud als plagiaat te beschouwen. Een letterlijke writers block aan mijn handspieren dwong me mijn zinnen in te spreken via een spraakherkenningsprogramma. Een uitvinding die het gezegde 'iedereen kan schrijven' plots een totaal nieuwe dimensie geeft.
Vlaanderen speelde een belangrijke rol in de ontwikkeling van de technologie, het draagt taalvaardigheid immers hoog in het vaandel. De voorrondejury’s van de voorbije jaren konden beamen dat de regio rijk is aan schrijftalent. Ze wachten echter nog steeds op die ene inzending waardoor 'het snot hen uit de neus geslagen wordt'. Vlaanderen en Nederland, jullie weten wat jullie te doen staat; de jury wordt ongeduldig en de verwachtingen zijn hoog. Ik wens jullie alvast heel veel succes!
Waar haal je inspiratie? Dat is de vraag die elke auteur altijd te horen krijgt in een interview, wat leidde tot talloze one-liners zoals het gekende 'inspiratie is 99 procent transpiratie'. Over het waarheidsgehalte van deze spreuk wens ik me niet uit te spreken. Erg logisch is ze immers niet. Overmatig vochtverlies zorgt ervoor dat onze hersenen krimpen, waardoor nadenken moeilijker wordt. Gelukkig hoef je maar twee glazen water te drinken om je hersenen weer normaal te laten functioneren. Je kan natuurlijk ook preventief extra vocht opnemen. Ik heb me laten vertellen dat de Belgische schrijfster Amélie Nothomb elke morgen om vijf uur opstaat en vier liter thee drinkt voor ze aan haar schrijftaak begint.
Inspiratie kan je vinden in de meest eenvoudige dingen, van kerstbomen tot roomijs. Het alledaagse spreekt bij de lezer nog steeds tot de verbeelding en realiteit is vaak beter dan fictie. Originaliteit wordt natuurlijk ook beloond, maar maak je geen illusies: er is geen enkel thema waarover nog niet geschreven is. Wat telt, is de invalshoek waaruit je een onderwerp belicht, het verrassen van je lezer. Er bewust naar zoeken levert me zelden goede ideeën op. Inspiratie overvalt me: in de trein, onder de douche,.. Kort gesteld: wanneer ik geen pen en papier bij me heb.
Zelf denk ik nieuwe verhaallijnen uit tijdens examenperiodes. Momenteel stress ik over de inhoud van een columntekst, terwijl ik nog vijf lijvige cursussen heb om me zorgen over te maken. Als je dag in dag uit honderden bladzijden moet instuderen, slaat je verbeelding wel eens op hol. Ook lijkt alles plots interessanter dan de leerstof voor je neus en ga je je omgeving anders bekijken.
Schrijven doe je met je zintuigen en hoe je kijkt bepaalt wat je ziet.
Gelukkig Nieuwjaar!
Veel literaire voornemens en schrijfinspiratie gewenst!
