Kleine talentjes, en andere columns

Column 1: Kleine talentjes
 

Soms zou ik willen dat ik met alledaagse handelingen indruk kon maken op andere mensen. Dat iemand mij bijvoorbeeld zou observeren tijdens het afwassen, en dat diegene dan zou denken ʻgoh, wat wast dat meisje leuk afʼ. En dat deze persoon dan stiekem een beetje verliefd zou worden op de manier waarop ik bijvoorbeeld de gevallen theedoek tussen mijn twee grootste tenen klem om zo met een zwiep van mijn been de doek te lanceren en die dan, met de afwasborstel in de ene hand, behendig op te vangen met mijn andere hand.
Het klinkt misschien een beetje raar, maar ik heb hier best veel over nagedacht. Ik bezit veel kleine talentjes waarvan ik graag zou willen dat iemand ze eens opmerkte. Fotolijstjes precies recht kunnen hangen, alle ‘hee hee, au!’ geluiden in minstens vijftien Michael Jackson-liedjes mee kunnen roepen, een courgette in grill-klare plakken snijden zonder tegen het einde dunnere flinters over te houden, ik kan het allemaal. Maar om zoiets nou op de eerste de beste talentenjacht te demonstreren…
Wat ik ook heel goed kan is de was zó ophangen dat er altijd genoeg ruimte is op de waslijn. Ik doe dit door elk kledingstuk met één wasknijper aan het volgende kledingstuk te bevestigen, waardoor er geen stukjes ongebruikte waslijn overblijven. Zo heb ik ook nooit te weinig wasknijpers. Toegegeven, ik heb het trucje van mijn moeder geleerd, maar als iemand toevallig mijn kamer binnen zou stappen op het moment dat ik deze behendigheid uitvoer… Man, dan had ik al lang en breed een huwelijksaanzoek gehad.
Helaas is de wereld zo ingedeeld dat alleen talenten van een ander niveau worden opgemerkt. Zo ben je pas echt bewonderenswaardig als je ʻCry Me A Riverʼ kan zingen met een orkest op de achtergrond terwijl je subtiel oogcontact houdt met het publiek. Of als je een Texelse marathon kan lopen op blote voeten met alleen een pak eierkoeken in je maag. Ik ken mensen die dit kunnen, maar daar hoor ik dus niet bij.
Toch is er hoop. Laatst merkte iemand op hoe ‘subtiel’ ik mijn sokken uit kon doen. De persoon in kwestie kwam er zelfs een paar minuten later nog een keer op terug. Ik speurde zijn blik af op zoek naar sarcasme of spot, maar het was een oprecht compliment. Mijn kleine talentje was hem opgevallen! Graag had ik nu verteld hoe subtiel de handeling er inderdaad uitzag, hoe bedachtzaam ik ‘m had uitgevoerd met het bewuste doel te imponeren, maar dat kan ik niet. Ik had geen flauw idee hoe ik het gedaan had.


Column 2: Bijna verliefd
 
Ik ben laatst bijna verliefd geworden. Het gebeurde voor ik er erg in had. Hij zat aan één van de tafels tegenover de mijne. Ik wist al dat hij niet zo iemand was als ik, iemand die bij elke beweging om zich heen kijkt om te zien wie er binnenloopt. Zo iemand die zich dan realiseert dat er wel heel veel knappe mensen in de bibliotheek zijn vandaag, en zich afvraagt waarom alle meisjes make-up hebben opgedaan voor ze gingen studeren. Zo iemand die zichzelf vervolgens vervloekt omdat zij haar haren is vergeten te wassen, of dat leuke truitje die ochtend niet heeft aangetrokken. Enfin, zo iemand als ik was hij niet.
 Ik ken hem wel, maar niet goed genoeg. Ik weet bijvoorbeeld niet of hij een broertje heeft. En of dat broertje dan ook toevallig kleine foutjes maakt tijdens het pianospelen, net als de mijne. En of hij die imperfectie dan stiekem ook veel mooier vindt klinken dan de versie die hij kent van cd. Ik realiseer me dat ik mijn spullen alvast op de tafel had moeten leggen. Ik was hier al eerder, maar omdat hij mij niet heeft zien binnenkomen denkt hij vast dat ik expres vlakbij hem ben gaan zitten.
Hij hoest. Ik weet dat hij rookt en vraag me af of ik dat erg vind. Hij is bleek, zou hij vaak ziek zijn? Zou hij goed kunnen koken? Zou hij ook om mijn grappen kunnen grinniken, of ik vooral om die van hem? Hij fronst, maar hij is niet altijd zo serieus. Ik heb hem wel eens zien lachen.
Hij heeft nog steeds niet opgekeken van zijn scherm. De kleur van zijn ogen kan ik me niet meer herinneren. Een melancholische wind blaast door mijn hoofd, door mijn borstkas. Wat nou als ik precies een jaar vanaf nu nog steeds niet aan hem heb kunnen laten zien hoe leuk ik eigenlijk ben? Zal hij ooit weten dat ik heel goed zonder handen kan fietsen? Of dat ik in groep 8 tijdens mijn spreekbeurt over Michael Jackson de Moonwalk heb voorgedaan in de klas en vervolgens struikelde over de prullenbak?
Ik zet de muziek die in mijn oren schalt op pauze en zucht. Ik ben laatst van muziekstijl gewisseld en merk dat de nieuwe klanken mijn stemming flink beïnvloeden. Die opborrelende verliefdheid is maar schijn, vertel ik mezelf, en de vlinders waren simpelweg het gevolg van die fijne muziek. Dan kijkt hij op en zijn blik kruist vluchtig de mijne. Glinsterende bruine ogen. Een klein glimlachje. En bijna word ik weer verliefd.


Column 3: Ruzie

Ik voelde mijn hoofd bonken. Het was stom geweest om na die cappuccino nog een thee te bestellen. Nu zou het gesprek moeten voortduren tot de thee op was, en ik wilde eigenlijk al gaan. Ik probeerde een blik te werpen op zijn horloge, maar dat was kapot. Al een maand, wist ik.
Hij was te laat geweest. ʻNormaal gebeurt mij dit nooit, maar onderweg werd ik wel drie keer om de weg gevraagd!ʼ Ik keek in zijn vrolijke ogen. Zijn haren waren de perfecte lengte, niet te kort – vroeger zou ik dit grappend een ‘Duits soldatenkoppie’ hebben genoemd, en niet te lang. Lang haar hadden we allebei al een tijdje niet meer. Hij vond het leuk toen ik het afknipte.
ʻWaar denk je aan?ʼ vroeg hij. Ik dacht aan zijn tekeningen die ik laatst vond, op de bodem van een vergeten laatje. Ik had ze anderhalf jaar geleden opgehangen in mijn kamer in Parijs, terwijl mijn oppaskindjes nieuwsgierig toekeken. De jongste had gevraagd waarom op één van de tekeningen de man het hoofd van een goudvis had gekregen. ʻDat is een grapje van de tekenaarʼ, antwoordde ik, ʻgoudvissen zijn heel vergeetachtig, omdat ze maar drie seconden lang iets kunnen onthouden. Deze goudvis is eigenlijk een mens, maar dan met een heel slecht geheugen.ʼ
ʻWelk vak volg je nu ook alweer?ʼ Hij roerde de honing door zijn muntthee. Ik had mijn koekje al gulzig naar binnen gewerkt en keek toe hoe hij een klein hapje van het zijne nam en het zorgvuldig teruglegde op het schoteltje. Ik voelde me opeens een beetje mollig. ʻStatistiekʼ, antwoordde ik, ʻmaar niet omdat ik dat wil. Het moet, voor mijn vervolgstudie.ʼ Hij knikte afwezig en keek naar buiten. Het stormde.
Plotseling klonk er een harde klap. Glazen rolden rinkelend over de vloer en ik voelde een duw tegen mijn stoel. Toen ik omkeek zag ik dat de vrouw achter mij haar tafeltje had opgetild en deze met glazen en al richting de man tegenover haar had geduwd. Twee jongens die vlakbij op een bank zaten sprongen verschrikt op en renden naar de andere kant van het café. ʻSorry!ʼ riep de vrouw terwijl ze haar gesprekspartner snuivend van woede aankeek. Deze stond haar stomverbaasd aan te staren, het glas rode wijn trillend in zijn hand. De vrouw beende naar de bar en rekende haar drankje af. De serveerster pakte stoffer en blik en begon voorzichtig de glasscherven op te vegen.
Geschrokken keek ik naar hem, tegenover mij. Hij haalde zijn portemonnee tevoorschijn en keek me vriendelijk, maar afstandelijk aan. ʻTja, zo had het ook af kunnen lopen tussen ons. Met ruzie.ʼ En hij betaalde, zoals hij dat altijd gedaan had.

Column 4: Woorden

ʻIedereen kent het welʼ, dat waren woorden waar wij nooit een verhaaltje mee mochten beginnen. Mijn lerares Nederlands vond dat te makkelijk. Je zou zo in één keer je hele stuk naar beneden halen door te beginnen met een overduidelijke poging je publiek mee te willen trekken in de geschetste situatie. Mijn column ging over Willem Holleeder, en ik maakte dezelfde fout. ʻIedereen kent hem welʼ, en ik kreeg een vijf.
Naast verboden woorden kwam ik er laatst achter dat er ook kinderwoorden bestaan. Zo zei ik vroeger altijd verwarmeling in plaats van verwarming, en afstandsbedieling in plaats van afstandsbediening. Toen mijn broertje geboren werd was het een jommetje (jongetje), die jaren later tijdens het begraven van onze geliefde hond Suus keihard riep: ʻJaaa! Doodgraven!ʼ
Best jammer dat termen zoals deze het woordenboek niet halen, en het werkwoord swaffelen dan weer wel.
In het kader van geliefde woorden kan ik er ook wel een paar opnoemen. Ik hou zelf heel erg van de ouderwetse, zoals ‘wellicht’ en ‘naarstig’, maar ook van ronde woorden zoals ‘mok’ en ‘homp’. Een vriendin van mij kan dan weer heel goed afgeven op haar zelfaangewezen hekelwoorden, zoals ‘smurrie’ en ‘snot ei’, en zelf gruwel ik flink van ‘zeepemulsie’ en ‘pisvlek’. Die laatste is ook een heel goed scheldwoord, trouwens.
Je kan woorden ook tegen dingen zeggen, in plaats van tegen mensen. Als de koffieautomaat op mijn moeders werk haar vroeg hoe sterk ze haar koffie wilde bijvoorbeeld. Op het schermpje verscheen het woord ‘sterkte’, en zij fluisterde dan zachtjes ‘dankjewel’. Ik praat zelf vaak tegen de dingen die er niets aan kunnen doen, zoals ‘wat kan je wél’ tegen een omgevallen vaas of ‘doe even méé’ tegen een lekkende shampoofles. Toen er ooit een stoel op mijn nichtje haar voet viel zei haar oma: ʻstoute stoelʼ en gaf het meubelstuk een klap. Dat vond ik dan weer een beetje raar.
Tot slot de krachtige woorden. Als ik denk aan woorden met impact komt een herinnering aan mijn oppaskindjes in Parijs naar boven. Broertje 1 kwam jammerend naar mij toe omdat Broertje 2 iets gemeens had gedaan. ʻCato, Novel slaat mijʼ, waarop ik antwoordde: ʻDan moet je terugvechten met woorden.ʼ Hierop stiefelde het knaapje terug naar zijn broertje, balde zijn vuistjes en boog dreigend voorover naar zijn bloedverwant. Met een stem die uit zijn tenen leek te komen brulde hij: ʻWOORDEN!!!!!!!ʼ 

Met deze tekst won Cato Boeschoten de derde prijs bij Write Now! Venlo. Lees wat de jury van haar columns vond in het juryrapport.

Recente De oogst

Formentera
Willemijn Kranendonk
Soldaatjes
Sonja Buljevac
Vijf gedichten
Moya De Feyter
Wegkijkers
Mathijs Hoogenboom
O-negatief
Laurens Duyts
Gedichten
Hester van Beers
Pantheïst en zeemeermin
Giuseppe Minervini
Immer gerade aus
Fenna van der Goot

Word fanWord fan

Volg onsVolg ons

Powered by Passionate Bulkboek

Passionate Bulkboek ontwikkelt activiteiten voor jongeren met als doel hen te interesseren voor culturele uitingen in het algemeen en letteren in het bijzonder. Jongeren worden bereikt via educatieve projecten in het voortgezet onderwijs en vrijetijdsproducten die zich op dezelfde jongeren richten.

Lees Meer