O-negatief

Kevin schrikt van zijn ringtone, hij was alweer vergeten dat hij het geluid aan heeft staan. 
  'Ja?' 
  'Je vader, hij ligt in het ziekenhuis.' 
Zijn moeders stem klinkt ver weg, alsof ze de fysieke afstand nog eens wil benadrukken. 
  ‘Nierfalen,’ zegt ze. Kevin voelt zijn keel vernauwen. Stilte. 
  'Hallo? Kevin, Kevin?' 
Het wegleggen van zijn telefoon geeft hem een vreemde voldoening, een onaantastbaarheid die hij eerder niet gekend heeft. Laat hem maar wachten, denkt hij. 

Hij draait vandaag een korte dienst, van tien tot één, als alles een beetje meezit. Omdat hij vorige week gestruikeld is, loopt hij nog steeds langzaam. Een meisje had toen heel hard moeten lachen, om vervolgens sorry te zeggen want zo bedoelde ze het niet. Maar dat lachen had hem pijn gedaan en hij wilde haar een klap geven. Dat deed hij natuurlijk niet, want vrouwen sla je niet, dat had zijn moeder altijd gezegd: 'Vrouwen sla je niet, daar blijf je verdomme van-af!' Zo zei ze dat: van-af. Maar dat zei ze nooit met zijn vader erbij. Dat begreep hij niet, waarom ze dan zo stil bleef. Hij vond haar passief, vindt dat nog steeds. Mensen zeggen vaak dat je niet genoeg om elkaar geeft als je geen ruzie maakt. Dat zei zijn moeder ook altijd. Bullshit vind je die klappen fijn dan? Stomme vraag, natuurlijk. Maar zijn moeder kon het doen lijken alsof ze hoopte dat er achter de kracht van een vuistslag liefde schuilging. Dat er wat van die liefde op haar lichaam achterbleef, of dan in ieder geval op dat van zijn vader als er bloed op zijn knokkels zat. 

          08:37    Kevin, ik ben nu in het ziekenhuis. Bel je me als je dit leest? 

Vandaag moet hij Michael inwerken, een jongen van een jaar of zeventien met opvallend geel oogwit. Kevin brengt hem naar de grill. 'Eerst vlees op de bakplaat leggen en de bakplaat sluiten. Dan kontjes brood in de toaster. Broodjes na het alarm met de schep uit de toaster halen en die tussen de stang en bakplaat steken. Topjes brood in de toaster doen,' hij stopt even. 'Volg je het nog?' 
Michael knikt. 'Dan gaan de bakplaten open, negen burgers zijn klaar. Met de spatel op de kontjes leggen. Je moet kijken,' hij wijst naar een scherm met orders, 'naar wat ze willen dat je maakt. Nu zijn dat zes hamburgers en drie cheeseburgers. Eerst overal peper en zout op.' Kevin pakt twee grote plastic bussen, hij schudt ze tegelijk boven elke burger kort op en neer. 'Vervolgens mosterdpistool pakken en overal mosterd op schieten. Dat gaat heel makkelijk. Dan herhalen met het ketchuppistool. Eén plakje augurk erop, uitjes, en dan drie plakjes cheddarkaas voor de cheeseburgers.'
Michael kijkt hoe Kevin elke burger in hoog tempo van ingrediënten voorziet.
  'Als laatste topjes uit toaster halen en op de burgers leggen. Daarna de schep doorgeven aan de medewerkers van de kassa. Daar wikkelen ze alles in papier en leggen ze het onder de hittelamp. Volgende order.' Hij wijst naar het lege scherm. 'Die is er nu nog niet, want het is rustig, maar je snapt hoe het gaat.' 
Michael knikt weer, 'Zo gaat een dienst snel voorbij, of niet?' vraagt hij.     
  'Als het druk is wel.'
Terwijl hij Michael zijn eerste burgers zelf laat maken, gaat Kevin naar de wc beneden. Hij groet Carla, de schoonmaakster. Een vrouw die het geld dat mensen voor de wc betalen mag houden. 'De uitkering betaalt het brood, en dit is het beleg,' had ze een keer gezegd. Kevin kijkt naar het schaaltje. Er ligt vijftien cent in. 

Alles gaat goed, totdat Michael een keer vergeet zijn handen te wassen.
  'Dat moet je echt doen,' zegt Kevin, die hem naar de wasbak brengt, 'in die dispenser zit desinfecterende zeep.' Terwijl Michael zijn handen wast, bedenkt Kevin iets om te zeggen, iets goeds. Hij wil Michael voor zich winnen, hem laten lachen. Het eerste wat hem te binnen schiet, is hoe Fiona hier haar pols brak toen ze uitgleed, maar dat is niet spannend genoeg. Hij moet met iets beters komen. 
  'Zes jaar geleden was er een assistent-manager die seks had met een werknemer. Twee mannen, homo’s. Ze werden betrapt toen de assistent-manager zich in het kantoortje liet pijpen. Hij was vergeten de deur op slot te doen. Toen is hij ontslagen.' Hij vertelt er niet bij dat hij degene was die ze betrapte. 
  'En die jongen?'
  'Die bleef, maar niet lang.'
  'Waarom niet?'
  'De assistent-manager pijpen is niet bepaald, handig.' Kevin vult de lege Tork-rol-dispenser met papier en scheurt er een stuk af, dat hij aan Michael geeft. Michael droogt zijn handen en kijkt twijfelend naar het propje papier. 
  'Wat is er?' 
  'Niks.'
Kevin vraagt er verder niet naar en loopt samen met hem terug naar de grill. 
  'En nu ben jij de assistent-manager?' vraagt Michael. 
  'Nee, nog niet.'
  'Hoe lang werk jij hier al?'
Kevin voelt zijn keel weer dichtslibben, opeens vindt hij het moeilijk antwoord te geven. Hij loopt rood aan en hij kan zien dat Michael dat ook ziet. 
  'Lang genoeg?' Michael grijnst en zijn boventanden komen achter zijn lippen vandaan. Net die kleinerende toon van zijn vader, als Kevin vroeger met een rapport thuiskwam. Even wil hij die jongen bij zijn nekvel grijpen en hem met zijn wang op de bakplaat drukken. 181 graden, met een spatel zou je de achtergebleven huid van de plaat moeten schrapen. 
  'Pas maar op dat je niet met je handen tussen de bakplaten komt,' zegt hij, en hij kijkt naar de orders op het scherm. Dat was dom om te zeggen, denkt hij. 
  'Heb je dat ooit bij iemand zien gebeuren?'
  'Wat?'
  'Dat iemands hand tussen de bakplaten kwam?' 
  Kevin denkt na. 'Nee, ik niet.'
  'Hmmm,' zegt Michael. 
  'Maar Fiona, een collega, is een keer bij de frituur uitgegleden en heeft toen haar pols gebroken. Er lag te veel olie op de grond, dan wordt het een schaatsbaan. Daar moet je dus ook op letten.' 
  'Hmmm,' zegt hij weer. Wat bedoelt hij met Hmmm? Kevin kijkt naar de klok, nog maar tien minuten. Zijn vervanging heeft zijn schort al om en staat achter zijn handen te wassen. Hij voelt zijn telefoon met de onbeantwoorde sms in zijn achterzak zitten. 
  'Hoe zijn de collega’s dan?' vraagt Michael. 
  'Wat bedoel je?'
  'Zijn ze aardig?' 
  'De meeste wel.' 
  'En tegenover homo’s?' 
Kevin realiseert zich opeens dat Michael homoseksueel is. 'Nou,' hij doet alvast zijn schort af, 'voor seksuele intimidatie door het management hoef je in ieder geval niet bang meer te zijn.' Hij lacht kort en slaat Michael net wat te hard op zijn schouder. 'Wat is je bloedgroep?' 
  'Mijn wat?' 
  'Je bloedgroep.' 
Michael peutert onder de stille assistentie van Kevin een McMuffin in elkaar. 'Ik weet het niet, eigenlijk. Ik heb geen aids of zo, als je dat bedoelt.'
Kevin lacht, 'Ik ben bloeddonor. Dat komt omdat ik speciaal bloed heb, O-negatief. Dat is de enige bloedgroep die veilig bij elke andere toegediend kan worden. Ik ga straks bloed doneren.' 
Michael, die de vraag voor een aanval aanzag, herstelt zich en zegt dat hij het dat goed vindt, dat hij dat doet. En: 'Sick man, van dat bloed.' 

Bij de gevonden voorwerpen ziet Kevin een mooie jas liggen. Lichtbruin leer. Hij knijpt erin, het is zacht en soepel. Hij pakt de jas en neemt hem onder zijn arm mee naar huis. 

           11:53    Het blijft je vader, Kevin. 
 
Bij de balie van bloedbank Sanquin laat Kevin zijn paspoort en donorpas zien. Hij krijgt een plankje met daarop de vragenlijst. Als hij klaar is, wordt zijn lijst door een jonge vrouw gecontroleerd. Dat doet ze in stilte, met instemmende knikjes terwijl ze de vragen leest. ‘Oké,’ zegt ze, ‘heel goed, dan gaan we nu eerst je ijzer en bloeddruk meten.’ 
De band om zijn arm knelt zoals zijn vader hem vroeger vastpakte, stevig, zonder compromis. Zijn vingertoppen beginnen te tintelen. De vrouw zegt weer dat alles goed is. In het zaaltje staan een aantal comfortabele stoelen. Met een alcoholdoekje maakt ze zijn huid steriel, Kevin houdt van die aandacht. Eerst worden drie buisjes bloed afgenomen. 
  ‘Het is net alsof ik leegloop, in het begin.’
De vrouw kijkt hem met een gespeelde glimlach aan, ‘Ja, dat is eigenlijk ook wel zo.’
De naald in zijn arm wordt via een buisje aan de zak verbonden. Hij krijgt een langwerpig schuimrubberen handvat waarin hij moet knijpen, ontspannen, knijpen, ontspannen. Langzaam stijgt het bloed in de uitzettende zak. Kevin vindt het fascinerend hoeveel hij kan missen. Hij denkt aan zijn nieren, of hij er daar een van wil missen. De gedachte gaat gepaard met een scherpe steek in zijn achterhoofd. Dit is nu belangrijker. Hij moet dit doen. Als hij nu zijn bloed niet geeft dan kan er straks iemand niet geholpen worden. Zijn bloed is nodig. 
     De bel gaat en hij wordt losgekoppeld. Waar de naald zat, plakt ze met een pleister een watje vast. In de kantine kan hij wat te eten krijgen. Daar zit een man, misschien iets ouder dan hij, de krant te lezen. Kevin overweegt even om erbij te gaan zitten en te vragen welke bloedgroep hij heeft. Daar blijft het bij en hij neemt een broodje kaas mee naar huis. 
    
            15:12    Verdomme hou op me te negeren. 

Een halve liter bloed minder. Hij voelt zich wazig en duizelig, alsof hij wat biertjes op heeft. Hij gaat op de bank liggen en kijkt nog een keer naar zijn telefoon. Drie gemiste oproepen. 
     Hoe vaak zou zijn bloed al gebruikt zijn? Hoeveel mensen lopen er met zijn bloed rond? Het is een vorm van aanraken. Via zijn bloed dringt hij bij mensen naar binnen, en die mensen gaan zonder hem dood. Het maakt zijn bestaan belangrijk. Hij fantaseert over een mooie vrouw die rondloopt met zijn bloed in haar aderen, hij zit in haar. Door haar hele lichaam wordt zijn bloed rondgepompt. Elke dag opnieuw komt hij langs haar hart en via haar benen tot haar voeten, tenen, via haar armen tot haar handen, vingers, door haar nek en hoofd en steeds opnieuw. Zijn bloed, haar lichaam. Hij hoort een ambulance voorbij komen. Iemand met een hartaanval, van de trap gevallen, aangereden of zoals zijn moeder slachtoffer van een uit de hand gelopen ruzie? Zijn bloed, haar lichaam. Met het uitdoven van de sirenes verdwijnen zijn gedachten erover. Met zijn rechterhand frunnikt Kevin aan het watje op zijn arm, het jeukt. Hij en zijn vader hebben dezelfde bloedgroep, maar zijn vader heeft nooit bloed gedoneerd. Als hij aan zijn vader een nier afstaat, dan maakt hij hem afhankelijk. Hij bepaalt.

Kevin ritst de jas dicht. Hij hangt wat los om zijn dunne lijf, bijna als een poncho. Toch voelt hij het gewicht van de jas op zijn schouders drukken. Zou de vorige eigenaar de jas missen? Waarschijnlijk wel, want het is een mooie jas. De jaszakken zijn zacht van binnen, glad door de dicht op elkaar genaaide stof. De kamer heeft één groot raam en daar staat Kevin voor. Zijn handen en vingers laat hij langs de stof in de zakken glijden terwijl hij naar buiten kijkt. Het voelt zacht en fijn, als een omhelzing. De jas heeft eens het lichaam van iemand anders omsloten. In diezelfde zakken hebben de handen van iemand anders gezeten. Kevin beschouwt het als een aanraking op afstand, een die door de tijd heen beweegt, van Kevin terug naar die jongen vroeger. Nu heeft hij die jas en daarmee een deel van zijn leven. Belangrijker dan de stof is de geur, en dus doet Kevin de jas na een paar minuten weer uit. Hij snuift diep in de kraag van de jas, die ruikt naar wax. Opgemaakt haar, voor dates, denkt Kevin. En ingetrokken zweet, tussen de naden van de stof gekropen en opgedroogd. Zweet van angst, inspanning, opwinding, hitte. Zijn mobiel trilt. 

           17:59    Kevin, alsjeblieft neem je telefoon op of bel me terug. 

Hij gaat zo gaat bellen en zal zeggen dat hij een nier afstaat. Zijn nier in zijn vaders lichaam. Hij strekt zich uit en zucht. Een vogel landt op het raamkozijn en pikt naar een dode vlieg. Nog even, denkt hij. 

Dit is de finale-inzending van Laurens Duyts. Eerder won hij met zijn verhaal 'Stomatopod' de eerste prijs bij Write Now! Arnhem. Bekijk hier de andere finalisten en lees hun inzendingen.  

Laurens Duyts (1994) studeert Creative Writing aan ArtEZ in Arnhem. When the going gets crazy, the crazy get going, daar houdt hij van. Hij interesseert zich voor menselijke constructies en wat wel of niet normaal zou zijn, vooral wanneer daarmee gespeeld wordt. Momenteel houdt hij zich bezig met dingen uitproberen. 

Recente De oogst

Formentera
Willemijn Kranendonk
Soldaatjes
Sonja Buljevac
Vijf gedichten
Moya De Feyter
Wegkijkers
Mathijs Hoogenboom
O-negatief
Laurens Duyts
Gedichten
Hester van Beers
Pantheïst en zeemeermin
Giuseppe Minervini
Immer gerade aus
Fenna van der Goot

Word fanWord fan

Volg onsVolg ons

Powered by Passionate Bulkboek

Passionate Bulkboek ontwikkelt activiteiten voor jongeren met als doel hen te interesseren voor culturele uitingen in het algemeen en letteren in het bijzonder. Jongeren worden bereikt via educatieve projecten in het voortgezet onderwijs en vrijetijdsproducten die zich op dezelfde jongeren richten.

Lees Meer