Sessie 51

‘Voor hoeveel procent ben je hier?’ Er staat een stripfiguur op zijn pen afgebeeld, hij tikt ermee op het papier. De cartoon is er een van de Looney Tunes, geloof ik. De doos tissues op tafel heeft stof gevangen. Ik stel me voor hoe een huilende man, een grote man met een ossennek, de eerste tissue pakt, zijn neus snuit en stof binnen krijgt. Hoe de sessie verlengd moet worden om hem uit zijn hoestbui te kloppen.
‘Zestig procent,’ zeg ik. Het is niet aardig dat ik dat zeg. Diederik vraagt al twee jaar lang voor hoeveel procent ik vandaag aanwezig ben en ik kom nooit boven de zestig procent uit. Omdat ik de blik in zijn ogen niet kan verdragen, besluit ik hem te paaien. ‘Zeventig, misschien. Ik heb het idee dat het beter wordt.’ Ik zie hoe hij zijn kaken op elkaar klemt, hoe de spanning in zijn wangen groter wordt en ik vind hem opeens zo lelijk. Afwijzing maakt een mens, een man, zo lelijk. Ik wil hem opvrolijken. 

Het hok waar we zitten is zo groot als een studentenkamer, de kasten en het bureau zijn met elkaar verbonden, een groot meubelstuk van gelakt hout. In het midden van de ruimte staat een chaise longue, de zachte stof op het zitvlak is versleten. De eerste keer dat ik hier kwam, heb ik een paar minuten lang de leuning van die bank geaaid, alsof het een bang knaagdier was. Ik hoopte dat Diederik me zo zou onthouden: een jong meisje dat iets streelt.
Ik stel me voor dat ik nu naar de bank loop, ga zitten, met mijn hand naast me klop en dat hij erbij komt. De chaise longue is te krap om een professionele afstand te kunnen bewaren. Een lichaam, twee lichamen, onzichtbaar pulserend van energie. Een onverwachte beweging waardoor mijn knie de zijne raakt. Ik zou mijn handen om zijn wangen kunnen leggen, de zenuwtrek uit zijn kaken weg kunnen masseren, hem blijven aankijken; dat zou hem troosten. 
‘Zestig procent is genoeg, Nina. Het wordt niet van de een op de andere dag meer. Dat is een proces.’ 
Diederik is het soort man dat truien met ritsjes draagt. Bovenaan zijn pullover bungelt een zilverkleurig hangertje aan een heel kort ritsje, altijd gesloten. Als hij beweegt op zijn stoel deint het hangertje mee, als een soort pendel, zwevend tussen ja en nee. Zijn cliënten kijken verwachtingsvol toe, maar krijgen geen antwoord op vragen als: ‘word ik gelukkig’, ‘blijf ik voor altijd bang’, ‘heb ik anderen nodig’. Zelfs aan zijn broek hangen ritsjes, op de bovenbenen. Een opening naar een heel klein zakje, te klein om werkelijk iets in te bewaren, dus ik stel me graag voor dat hij ze onderweg naar huis openritst, er zijn pinken in stopt en zo nonchalant naar huis kuiert. 
Als hij naar me kijkt, met die hulpverlenersblik, een overduidelijk: ‘ik begrijp je niet, maar ik doe wel alsof’, dan wil ik hem helemaal openritsen. 

Hij is te oud om mijn vader te kunnen zijn. Ik heb het nooit gevraagd, maar ik denk dat hij een jaar of drie geleden al met pensioen had kunnen gaan. Hij zet altijd een glas heet water voor me neer, naast de doos met smaakjes thee, nooit koffie. Dezelfde drie smaken: bosvruchten, Earl Grey en Golden Darjeeling. Ik heb dat altijd een heel moederlijk ding gevonden: kiezen wat iemand wil drinken. 
Vorige week heb ik over mijn moeder gedroomd. Ze was dood en ik zat in de huiskamer op de bank te huilen. De kamer zag eruit zoals in de werkelijkheid; gedimd licht boven de ronde eettafel, de vier stoelen die ik nooit echt mooi gevonden heb eromheen. Een zwarte vaas met bloemen. De barst in het glas van het bijzettafeltje, een olielamp gevuld met knikkers. In mijn droom was er een vreemde vrouw die in de keuken rommelde. Ze zette thee, ik hoorde hoe de metalen theepot werd dichtgedrukt. Een dampend glas werd naast me neergezet. We praatten niet, de vreemde en ik, ze raakte me niet aan. Toen ik wakker werd en me de vrouw probeerde te herinneren, besefte ik dat zij mijn moeder was. Ik was te erg opgegaan in mijn verdriet om haar te herkennen. 

Diederik kijkt naar me. Hij heeft me een vraag gesteld, maar ik heb hem niet verstaan. Ik vraag niet of hij het wil herhalen. Ik sla mijn ogen neer, sla ze weer op en hoop dat het er onschuldig, of beter nog, verleidelijk uitziet. Ik bijt een stukje van mijn pinknagel af en spuug het op de grond. 
‘Nina?’ Ik knik. ‘Dus je hebt er wel iets van gemerkt?’ Ik knik weer. 

Er zitten voor- en nadelen aan het hebben van een onzekere ouder. Als iemand steeds heel voorzichtig met je is, ga je al snel denken dat je bijzonder bent. Maar als je er later achterkomt dat je moeder ook voorzichtig is met de trap aflopen, of in het contact met de postbode die een pakketje komt brengen dat niet door de brievenbus past, of gewoon, tijdens het inschenken van een glas water, dan weet je niet of ze alles heel bijzonder vindt, of niets. Mama heeft zich een heel leven lang ingehouden. Dat trok haar lichaam niet, het spande zich aan bij elke handeling, alsof ze het liefst de postbode aan zijn kraag naar zich toe wilde trekken om hem een beetje vies te kussen, alsof ze het glas water eigenlijk tegen de muur stuk wilde gooien. Ze was ook gespannen als ze me uitzwaaide, of welterusten wenste, dus op een gegeven moment wist ik zeker dat ze mij ook het liefst stuk zag vallen. 

‘Riep dat een gevoel van kwetsbaarheid bij je op?’
Ik zucht. Ik doe mijn best de zucht te laten klinken alsof hij al heel lang opgesloten zat. Een zucht die je openbreekt, omdat iemand eindelijk de goede vraag gesteld heeft. In werkelijkheid weet ik nog steeds niet waar Diederik het over heeft. 
‘Een beetje.’
‘Waar begon dat?’
Ik wijs op mijn linkerzijde, laat mijn hand tot aan mijn tepel zakken en omvat mijn borst, over mijn shirt heen. Dan kijk ik hem aan. Hij kijkt terug alsof ik hem verteld heb wat ik vanochtend op mijn brood gegeten heb – gezichtjesworst en schuddebuikjes, zodat ik de dag vrolijk begin. Ik leg mijn hand weer terug in mijn andere hand. 
Het voordeel van een onzekere ouder is dat ze je niet durven te corrigeren, hoe graag ze het ook zouden willen, hoe hard hun lichaam ook beeft. Vorige week heb ik tijdens het ontbijt mijn theeglas volgeschonken met het bodempje wodka uit de fles die ze onderin de servieskast bewaart. De fles, met een zilverkleurige dop en een grommende ijsbeer op het etiket, liet ik op tafel staan, naast het broodmandje dat ze elke ochtend klaarzette alsof het altijd Pasen was. Op school had ik spijt van de wodka. Het eerste uur bracht ik door op de wc, terwijl ik wachtte tot mijn maag weer wat gekalmeerd was. Maar het was het waard. Want ik ging steeds een beetje meer stuk, en ze kon er niets aan doen. 

Zijn telefoon gaat. Hij zegt dat hij normaal nooit opneemt, maar dat dit dringend is. Hij vertrekt uit zijn kleine kamertje. Het is zijn vrouw, verzin ik, die in de pauze van haar werk masturbeert op de gedachte aan hem, maar zijn stem moet horen om klaar te komen. Ik stel me voor hoe hij naast deze kamer in de wc staat en zijn riem lostrekt.
Diederik komt weer binnen en ik zie niets aan zijn gezicht. 
‘Wie was het?’ Ik doe mijn best om verontwaardigd te klinken. Misschien vindt hij het interessant als ik jaloers ben, streelt het zijn ego. 
‘Je weet dat ik de verhalen van cliënten niet onderling deel.’ 
‘Maar wij hebben toch iets bijzonders? Ik zal in je zwijgplicht delen.’
‘Hoor je wel wat je zegt?’
‘Ze kunnen me stenigen als een ontrouwe vrouw en ik zal niets verklappen.’ 
Ik zeg zulke dingen niet om te choqueren. Als ik iets geleerd heb over mannen, dan is het wel dat ze zich niet openstellen als ze gechoqueerd raken, maar juist afsluiten. Ik zeg deze dingen omdat ik weet dat hij me ergens bijzonder vindt. Dat hij een zetje nodig heeft om hem te doen inzien dat ik niet zomaar zijn volgende cliënte ben, maar een meisje van betekenis. 
‘Was het je vrouw? Mist ze je?’
Diederik kijkt op zijn horloge. Misschien om te zien of hij me kan afkappen, me een fijn weekend kan wensen. Maar ik weet dat ik nog twintig minuten heb. 
Misschien moet ik explicieter worden. ‘In de bijsluiter van mijn medicijnen staat dat mijn seksuele verlangens kunnen afnemen, maar daar heb ik niets van gemerkt. Ik denk nog steeds elke dag aan seks. Ook klaarkomen lukt gemakkelijk. Of geldt dat alleen voor mannen, die bijwerking?’
In werkelijkheid ben ik nooit echt begonnen met mijn pillen. Zo nu en dan nam ik er een om het euforisch gevoel dat ze me gaven. Als ik ze elke dag zou nemen, zouden ze niet meer oppeppend, maar alleen nog stabiliserend werken. Ik spaar ze op en neem ze mee naar feestjes, verkoop ze voor drie euro per stuk. 
‘De bijwerkingen zijn niet voor iedereen hetzelfde. Bij mensen die van nature een groot libido hebben, zal de verandering daarin verwaarloosbaar zijn.’
‘Noem je me nu een vies meisje?’
‘Dat is niet wat ik bedoel, Nina. Dat weet je.’

Ik pak een pakje kauwgom uit mijn tas, klik er twee uit de verpakking en stop ze in mijn mond. Ik voel hoe mijn speeksel in het rubber trekt. Dan loop ik op Diederik af, ik zorg ervoor dat ik niet twijfel. Ik trek zijn aantekeningenblokje en zijn pen uit zijn handen en laat het vallen. Achteloos. Ik gooi ze niet, dat zou te veel emotie verraden.
Ik vlij mezelf bij hem op schoot, wat moeilijk gaat omdat hij zijn benen dicht tegen elkaar klemt, het oppervlak is haast te smal om op te zitten. Op zijn neusbrug zie ik hele kleine bruine vlekjes, en even ontroert het me dat deze oude, zichtbaar bezorgde man zulke lichtvoetige sproetjes heeft. 
De eerste keer dat een jongen me aanraakte, geloofde ik het niet. Misschien geloofde hij het zelf ook niet, want we bleven allebei kijken naar zijn hand die op de binnenkant van mijn dij lag. Door mijn panty heen voelde ik dat zijn hand warm en zweterig was. Ik wilde dat hij zijn warme, zweterige hand als een kommetje om mijn kruis zou leggen, een comfortabele schelp voor het weekdier dat daar zat. Dat durfde ik hem niet te vragen en hij durfde zijn hand niet te bewegen. Ik weet nog dat ik keek naar de grote stationsklok die in zijn kamer hing. Daar had ik hem op uitgekozen: een jongen die klokken durft te stelen van stations, zo’n jongen durft me ook te omsluiten. 

Met mijn duim en wijsvinger trek ik de draad kauwgom uit mijn mond, maar ik ben vergeten wat je er dan mee moet doen. Ergens omheen wikkelen? Ik trek hem met mijn tong weer langzaam terug naar binnen. Ik had er alles voor over gehad om zo’n uitneembaar beugeltje te hebben, net als Lolita. Dat had ik dan in zijn koffiekop kunnen laten vallen. 
Ik buig voorover en bijt in zijn rechteroorlelletje. Het verbaast me hoe ontzettend zacht zijn vel daar is, ik voel het dons tegen mijn tong – en dan word ik op de grond geduwd. Diederik torent boven me uit en als hij zijn gezicht naar me toebrengt, weet ik zeker dat het gelukt is. Dat ik de eerste cliënte, het eerste meisje ben dat hem uit zijn rol heeft doen vallen. Ik trek mijn rokje alvast wat omhoog, zet mijn voeten uit elkaar, zodat hij eronder kan kijken, als hij zijn best doet. Ik draag een zwarte onderbroek met witte stippeltjes, een strikje aan de voorkant, zo klein dat ik niet snap hoe machines die kunnen stikken. 
‘Genoeg, Nina. Ik kan je niet meer helpen.’
Misschien hoort dit erbij en wil hij niet meteen meegaan in het spel. Ik hijs mezelf een stukje omhoog om hem aan te kijken, maar zorg ervoor dat mijn voeten op dezelfde plek blijven staan. Misschien zegt hij dit zodat het warm blijft in mijn onderbuik terwijl ik op hem wacht en we de volgende sessie meer naar elkaar verlangen, echt naar elkaar verlangen. 
 
Dit is de finale-inzending van Roos Vlogman, winnaar van Write Now! Amsterdam. 
Lees hier de andere finaleteksten en stem vóór 25 juni op jouw favoriet!


Roos Vlogman (1992) schrijft proza en poëzie. Ze mocht tweemaal eerder door naar de finale van Write Now!, stond op de Longlist van de Lowlands Schrijfwedstrijd 2014 en droeg onder meer voor op Het Gedichtenbal en festival de Zwarte Cross. Dit jaar neemt ze deel aan het Slow Writing Lab, een talentontwikkelingstraject van het Nederlands Letterfonds. Je leest haar werk op haar weblog

Recente De oogst

Formentera
Willemijn Kranendonk
Soldaatjes
Sonja Buljevac
Vijf gedichten
Moya De Feyter
Wegkijkers
Mathijs Hoogenboom
O-negatief
Laurens Duyts
Gedichten
Hester van Beers
Pantheïst en zeemeermin
Giuseppe Minervini
Immer gerade aus
Fenna van der Goot
Gedichten
Esmé van den Boom

Word fanWord fan

Volg onsVolg ons

Powered by Passionate Bulkboek

Passionate Bulkboek ontwikkelt activiteiten voor jongeren met als doel hen te interesseren voor culturele uitingen in het algemeen en letteren in het bijzonder. Jongeren worden bereikt via educatieve projecten in het voortgezet onderwijs en vrijetijdsproducten die zich op dezelfde jongeren richten.

Lees Meer