Formentera

Anita lag al een paar maanden in het ziekenhuis toen ik onze thuiskapper vroeg hoe je haren in moet vlechten. Ze is in totaal vijf keer geweest en leerde het me op een oefenhoofd met slierterig blond haar. Ik stond over het aanrecht gebogen waar ze het had neergezet, met pijn in mijn onderrug door de kromming. Het verwassen donkerblauwe shirt kroop een beetje omhoog, ik was bang dat ze mijn bilnaad zag.  
We begonnen met een enkele op het hoofd. Eerst moest ik het haar in drie gelijke bundels verdelen. Het plakte aan mijn vingers en raakte in de klit. ‘Je doet het goed,’ zei ze en glimlachte vriendelijk. ‘Nu leg je ze om de beurt over elkaar heen.’ Ik probeerde voor me te zien wat ze bedoelde en keek naar de plukken, waarvan ik er twee tegelijk kon vasthouden. Ze stond schuin achter me en wachtte geduldig tot ik een beweging zou maken. Ik sliep slecht en als de kinderen vroegen of mama beter zou worden, wist ik niet wat ik moest zeggen. Soms hoopte ik dat ze doodging zodat er tenminste ergens zekerheid over was. De kapster zei dat het geheim voor een goede vlecht, rust is. ‘Het komt goed,’ zei ze ook. Ik wist niet of ze de vlecht bedoelde of iets anders. Ik keek even om naar haar tengere lichaam. Ik ben drie koppen groter dan zij is. Ze is een vrouw die ik zou kunnen verzwelgen met een omhelzing.

Mijn vrouw heeft een meningeoom gehad. Dat is een gezwel dat ontstaat vanuit het hersenvlies en overal in het hoofd kan voorkomen. Bij haar zat het in de frontale cortex. Boven de haarlijn is een deuk te zien. Daar zaagden ze haar schedel open en klapte hem naar voren, als de klep van een vaatwasser, zodat de tumor verwijderd kon worden. Een meningeoom hoort bij de groep goedaardige tumoren en komt vaker voor bij vrouwen dan bij mannen. Bij mijn vrouw was het zo groot als een sinaasappel. De operatieve verwijdering duurde twaalf uur en werd uitgevoerd door dokter El Morabet. Na de ziekte volgde twee jaar revalidatie. 
Toen ze weer kon lopen zonder misselijk te worden, gingen we op vakantie.

De lucht is hier dikker en zwaarder dan in Nederland en dwingt me rustig in het zand te blijven liggen. Onder de roze parasol heb ik vier handdoeken uitgespreid en de kinderen en Anita ingesmeerd met factor vijftig. In het zeewater hangt een witte, vettige waas om ze heen. Ik steun op mijn onderarmen zodat ik naar ze kan kijken. Het is stil op het strand, de toeristen hebben de schaduw en koelte van hun huis opgezocht voor de siësta. 

Gister dronken we wijn om de grip op onze realiteit te verliezen, er dreven wolken door mijn hoofd. Anita liep al de hele dag in een witte strandjurk rond en had nog niet gedoucht. Vroeger vond ik haar zweet niet vies, maar vertrouwd ruiken. Door de ziekte is haar geur veranderd in een weeïge mengeling van kaneel en rijstepap. Het maakt me misselijk. Haar zachtroze tepels schenen door het linnen heen, net als de zwarte pluk tussen haar benen. Ze heeft kleine, kinderlijke borsten, met grote opgezwollen tepels. Ik vond het fijn dat ze lijken op die van beginnende puber. 
‘Wil je met me vrijen?’ vroeg ze. Sinds ze het ziekenhuis uit is, biedt ze me dagelijks seks aan. Ik hou het af. Gister kwam ze gelijk op mijn schoot zitten, we zoenden. Haar mond was een sauna. Ik probeerde me aan haar over te geven, haar als geile vrouw te zien en niet als patiënt. ‘We gaan naar de slaapkamer,’ zei ze. Ik gehoorzaamde, voelde me verplicht. Onderweg trok ze haar jurkje uit, het bleef achter als een dood dier op de tuintegels. 

Ze was veel afgevallen door de ziekte en haar huid hing als een veelgebruikte plastic zak om haar botten. Ritmisch duwde ik me in haar, het bed bonkte tegen de muur en mijn spieren begonnen te verzuren. Ik verborg mijn hoofd in haar nek zodat ik haar niet aan hoefde te kijken. Ze zei niets, kreunde harder dan ik van haar gewend ben. Ik stopte toen ik steken in mijn zij kreeg. 
‘Lukt het niet?’ vroeg ze. 
Ik draaide me van haar af en zei: ‘Ik ga nog even mijn tanden poetsen.’
In de badkamerspiegel bekeek ik mijn gezicht. Mijn wangen waren rood en ik had vlekken in mijn nek. Rondom mijn wenkbrauwen groeiden lange haren die ik er met een pincet uittrok. Ik pakte ze even beet, dezelfde stugge structuur als mijn schaamhaar. De kraan draaide ik open en veegde ze met mijn hand het putje in. Ik trok mezelf af terwijl ik het water liet lopen. 

Anita komt het water uit. Ze draagt een zwart badpak dat aan haar lichaam kleeft. Aan het begin van het natte zand staan slippers op haar te wachten omdat het te heet is om op blote voeten te lopen. Ze kijkt me niet aan terwijl ze naar onze plek ploegt, neer ploft en haar benen optrekt.  
‘Hoe voel je je?’ vraagt ze. Haar slippers lanceerden met elke stap zand omhoog, waardoor de haren op haar benen nu bedekt zijn. Ik kijk naar de klevende korrels. Ze hebben allemaal een andere kleur. Rood, wit en glaskleurig; samen vormen ze het lichtbruine zand waar we op liggen. 
‘Wel prima, en jij?’ Ze glimlacht even, strekt haar arm naar me uit en legt haar hand op mijn dij. Hij voelt zwaar en vlezig op mijn droge huid.
‘Beter,’ zegt ze zacht.
Ze kijkt naar de spelende meisjes in het water en zakt achterover. Ik schuif mijn T-shirt onder haar hoofd, ze zucht en sluit haar ogen. Haar adem is gelijkmatig en haar handen rusten ter hoogte van haar heupen. Een tijd geleden vroeg ze me of ik het erg zou vinden als ze zich niet meer scheerde. Ik vind haar glad aantrekkelijker, maar zei: ‘Je moet doen wat je fijn vindt.’

We hebben een huisje gehuurd dat vijfhonderd meter van het strand ligt. Het staat in een rij met zeven identieke huisjes. Waarschijnlijk met dezelfde gele wollen dekens in de kast. Ik vraag me af waarom er wollen dekens in dit soort vakantieoorden liggen, aangezien het ’s nachts nog achtentwintig graden is. 
Er is een klein tuintje met in de hoek een buitendouche, gebouwd van witte stenen en met ronde, zilveren doucheknoppen. Eromheen groeit een plant met roze bloemen waar ik de naam niet van weet. Toen de vrouw van het reisbureau me vertelde over de buitendouche, was ik om. Ik had nog nooit zoiets gebruikt, en er kleeft een soort idee van luxe aan dat ik niet ken. Ik zag voor me hoe ik er met Anita onder zou staan terwijl de schemer viel en we het krekelorkest hoorden aanzwellen. 

Anita en de meisjes staan onder de buitendouche. De haren van de meisjes worden nu weer elke ochtend gekamd door Anita. Het water loopt langs hun lichamen, ‘t zout verdwijnt samen met de vettigheid van de zonnebrand het doucheputje in. Zo bij elkaar zijn het drie kleine meisjes. Anita heeft zich altijd geschaamd voor haar lengte, eentje die haar het gevoel gaf dat ze zich moest bewijzen. Ik hou van kleine vrouwen. Je kunt ze makkelijk vasthouden, optillen, meenemen. Ze zo innig knuffelen dat ze in je armen lijken te verdwijnen. 

Na het eten breng ik de kinderen naar bed en als ik terugkom zie ik Anita buiten aan tafel zitten. Naast haar ligt een mandarijn, ze pakt hem met haar linkerhand, begint met haar rechter te pellen en gebruikt dezelfde precisie als waarmee ik haren vlecht. Voorzichtig en alsof er iets verkeerd kan gaan. Eerst drukt ze haar nagel in de schil om een opening te maken. Met een ronddraaiende beweging verwijdert ze de buitenkant. Ze legt de spiraalvormige schil terug, in haar hand balanceert ze de wit-oranje vrucht. Ik denk: een gepelde mandarijn voelt zacht als de buik van een mens. Ze wrijft erover om de witte slierten los te krijgen en breekt hem dan met haar duim vanuit het midden in stukken. 
De ene helft legt ze op tafel, de andere breekt ze in partjes. Ze eet de stukken niet op, stopt ze in haar mond om het sap eruit te zuigen. De lege vliesjes legt ze naast de onaangeroerde helft op tafel. De vliezen zien eruit als stukken losgescheurd vel, als dat wat ze wegsnijden bij iemand die heel veel is afgevallen. Ze merkt niet dat ik vanuit de deuropening naar haar kijk, pakt de volgende helft en begint ook hier het sap en vruchtvlees uit te zuigen. Haar kwijl blijft aan het vlies hangen dat ze uit haar mond haalt. De slijmdraden zijn doorzichtig, zakken door onder hun eigen gewicht en knappen dan, als een zeepsopbel. Ze haalt het laatste deel van de mandarijn uit haar mond en voor ook deze kwijldraad knapt, sta ik naast haar. Ik wil haar slijmdraden zien hangen tussen mijn pik en haar mond.  
Ik pak haar onder de oksels beet en sleep haar als een lijk naar de slaapkamer. De deuk in haar voorhoofd is goed zichtbaar in deze hoek. De eerste week was de wond zo ontstoken dat ik alleen door mijn mond kon ademen als ik bij haar was. Het bed kraakt onder ons gewicht, ik scheur haar kleding kapot en ga bovenop haar liggen. Ze houdt haar ogen gesloten en geeft daarmee toestemming voor wat komen gaat.

Het licht van de opkomende zon vindt zijn weg door de gordijnen. Ik kijk rond. Het bed is verschoven en er zitten vlekken in de lakens. Een grote witte in het midden, kleine rode spetters rondom. Anita lijkt nog kleiner dan normaal en ligt als een opgekruld kind naast me. Haar haren plakken aan haar hoofd en op haar benen zit opgedroogd bloed. Vannacht kreeg ik het koud toen mijn zweet was opgedroogd, en legde ik een van de wollen dekens over ons heen. Ik moet plassen en voel als ik opsta hoe stijf mijn lichaam is.

Als ik terugkom ligt Anita met haar ogen open, ze heeft de deken van zich afgetrapt. 
‘Ik kan niet opstaan,’ zegt ze. ‘Het doet te veel pijn.’ Er zijn blauwe plekken verschenen op de plek waar ik haar heupen vasthield, dieppaarse zuigzoenen op haar borsten en buik. 
‘Kan ik iets voor je doen?’ vraag ik.
‘Een emmer voor me pakken om in te plassen.’
Met een gele emmer kom ik terug. 
‘Sla je arm om mijn nek heen, dan til ik je er op.’ 
Haar huid voelt plakkerig en ze ruikt naar oud zweet, haar ochtendurine naar popcorn en citroen. Ze kijkt me aan terwijl ze zichzelf leegt. Ik loop naar de badkamer om een washand te halen, maak deze eerst vochtig. Ze zit nog op de emmer als ik terugkom. Ik til haar op de rand van het bed, haar benen bungelen boven de vloer. Eerst was ik haar voeten, tenen en benen. Tussen haar dijen, ik duw haar benen uit elkaar, haal ik het opgedroogde bloed weg. Ik spoel het washandje schoon en doe dan haar gezicht, armen en buik. Als laatste was ik haar oksels.

In de kast zoek ik naar schone lakens, kan die niet vinden. Ik besluit de vlekken met een grote strandhanddoek te bedekken en leg haar daarna in bed. De kussens draai ik om, de dekens vouw ik op aan het voeteneinde en ik dek haar toe met het vieze laken. 
Ik verlaat de slaapkamer en rol mijn schouders naar voor en terug. Spierpijn is fijn en vervelend tegelijk, alsof je te veel van iets goeds hebt gedaan. Ik hoor gerommel uit de kinderkamer en kijk achterom, de twee meisjes komen de woonkamer ingelopen. Hun ogen nog dik van de slaap, hun nachthemden gekreukeld. 
‘Lekker geslapen, dames?’ vraag ik. Ze knikken tegelijk. Hun haren staan alle kanten op. 
‘Mama ligt nog even te slapen,’ zeg ik dan. ‘Kom even hier, dan zal ik jullie haren kammen.’
 

Dit is de finale-inzending van Willemijn Kranendonk. Eerder won zij haar verhaal 'Veiligheidsvest' de tweede prijs bij de voorronde van Write Now! Arnhem. Ze is één van de vijf wildcardwinnaars. Bekijk hier de andere finalisten en lees hun inzendingen.  

Willemijn Kranendonk (1994) is tweedejaarsstudent Creative Writing aan ArtEZ. Ze schrijft poëzie en korte verhalen, waarin haar personages op zoek zijn naar hun juiste plek op deze wereld. Afgelopen jaar verscheen er tweewekelijks een stuk van Willemijn op abcyourself.nl, een talentontwikkellingstraject onder leiding van Edward van de Vendel. Ze slaapt in bed met een serie knuffels, leest graag kinderboeken en verzorgt kamerplanten in haar vrije tijd. 

Recente De oogst

Formentera
Willemijn Kranendonk
Soldaatjes
Sonja Buljevac
Vijf gedichten
Moya De Feyter
Wegkijkers
Mathijs Hoogenboom
O-negatief
Laurens Duyts
Gedichten
Hester van Beers
Pantheïst en zeemeermin
Giuseppe Minervini
Immer gerade aus
Fenna van der Goot

Word fanWord fan

Volg onsVolg ons

Powered by Passionate Bulkboek

Passionate Bulkboek ontwikkelt activiteiten voor jongeren met als doel hen te interesseren voor culturele uitingen in het algemeen en letteren in het bijzonder. Jongeren worden bereikt via educatieve projecten in het voortgezet onderwijs en vrijetijdsproducten die zich op dezelfde jongeren richten.

Lees Meer